Hebr.
11:3
Door
geloof komen we tot het inzicht dat de wereld door het woord van God geordend
is,
dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet-zichtbare.
God is in de
gedachtewereld (ook wel geestelijke wereld genoemd). Eerst bedenk je iets, dan
maak je het. Er zijn veel meer gedachten dan werkelijke materiële dingen. Bijv.
je kunt eindeloos veel tafels bedenken, maar die
kunnen niet allemaal gemaakt worden.
Daarom kun
je God ook niet zien. Hij is in de gedachtewereld. Maar in gedachten kun je hem
ontmoeten en met hem praten. Liefde kun je ook niet zien, maar het is er wel.
Aan alles
kun je zien dat God bestaat, want er zit een denker achter. Je voet zit niet op
je hoofd namelijk.
Als de
kinderen de tekst opzeggen mogen ze twee dingen noemen die bij elkaar passen.
Bijv. naald/draad, man/vrouw, pen/papier.