Quiz week 35
Welk vraagnummer hoort bij welk antwoordnummer
?
Zie de antwoorden onderaan deze pagina
|
|
Vragen
|
|
Antwoorden
|
|
1 |
Wat was de houding van Ismaël
tegen zijn halfbroertje Isaak? |
1 |
Nee, hij hield van Ismaël |
|
2 |
Wat zei Sara tegen Abraham? |
2 |
Stuur die slavin en haar kind weg |
|
3 |
Wilde Abraham dat? |
3 |
Hij bespotte hem |
|
4 |
Wat zei God? |
4 |
Jazeker, hij
beschermde hen |
|
5 |
Zorgde God dan niet meer voor Hagar
en Ismaël? |
5 |
De Israëlieten |
|
6 |
Welke volk is er uit Isaak
voortgekomen? |
6 |
Absoluut niet. Man en vrouw zijn beiden naar Gods beeld
gemaakt. |
|
7 |
Hoe noem je de nakomelingen van Ismaël
|
7 |
Nee, Eva werd gemaakt uit een rib van Adam |
|
8 |
Zijn meisjes minder dan jongens? |
8 |
Jazeker. Jezus kreeg een speer in
zijn zij toen hij was gestorven. Wij, zijn volgelingen, zijn uit zijn dood
opnieuw geboren. |
|
9 |
Werd Eva van stof gemaakt? |
9 |
Doe wat Sara zegt. |
|
10 |
De gemeente is de bruid van Jezus. Is zij ook uit een wond
uit zijn zij geboren?
|
10 |
Ismaëlieten |