Lezen uit de bijbel week 35
Gen.
21:8
Isaak
groeide voorspoedig op, en toen de dag gekomen was dat het van de borst werd
genomen, gaf Abraham een groot feest. Sara zag dat de zoon die Abraham bij Hagar, haar Egyptische slavin, had gekregen, spottend
lachte. Daarom zei ze tegen Abraham: ‘Jaag die slavin en haar zoon weg, want ik
wil niet dat mijn zoon Isaak later de erfenis moet
delen met de zoon van die slavin.’
Dit voorstel
beviel Abraham allerminst; het ging immers om zijn eigen zoon. Maar God zei
tegen hem: ‘Je hoeft je niet bezwaard te voelen vanwege de jongen of je slavin.
Alles wat Sara je vraagt moet je doen, want alleen de nakomelingen van Isaak zullen gelden als jouw nageslacht. Maar ook uit de
zoon van je slavin zal ik een volk doen voortkomen, omdat ook hij een kind van
je is.’
Verklaring:
Het is wel
een beetje moeilijk te begrijpen, dat Hagar en Ismaël weggestuurd moeten worden. Waarom denk je dat het
toch het beste was?
Het is
merkwaardig, dat de doodsvijanden van Israël(nakomelingen van Isaak) op dit moment de Palestijnen
en de Arabieren zijn.(nakomelingen van Ismaël) Dus de
geschiedenis gaat nog steeds door.