Invullesje:
De zes werken van
barmhartigheid
|
Wanneer de
komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij
plaatsnemen op zijn glorierijke troon. Dan zullen
voor hem worden samengebracht
en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de
bokken scheidt; de schapen zal hij rechts
van zich plaatsen, de bokken links.
Dan zal de
koning tegen de groep rechts van zich zeggen:
, kom en neem deel aan het
koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is.
Want ik had honger en jullie gaven mij
, ik had dorst en jullie gaven mij
.
Ik was een
, en jullie namen mij op, ik was
, en jullie kleedden mij. Ik
was
en jullie bezochten mij, ik zat
en jullie kwamen naar mij toe. Dan zullen
de rechtvaardigen hem antwoorden: Heer, wanneer hebben wij u
gezien en te
eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? Wanneer hebben wij u als
vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben
wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe
gekomen? En de
koning zal hun antwoorden: Ik
verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat
.
Daarop zal
hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: Jullie zijn
, verdwijn
uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat
bestemd is
en zijn engelen. Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, ik had dorst en jullie
gaven me niet te drinken. Ik was
een vreemdeling en jullie namen mij niet
op, ik was naakt en jullie kleedden mij niet.
Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie
mij niet. Dan zullen
ook zij antwoorden: Heer, wanneer
hebben wij u hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in
de gevangenis, en hebben wij niet voor u gezorgd? En hij zal
hun antwoorden: Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet
gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan. Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten,
de rechtvaardigen daarentegen
|
|
|
|
|
|
bezochten, |
gevangen, |
Mensenzoon, |
te
drinken, |
naakt, |
|
hongerig, |
voor de
duivel, |
vervloekt,
|
Jullie
zijn door mijn Vader gezegend, |
alle
volken, |
|
vreemdeling, |
het
eeuwige leven |
ziek, |
te eten, |
hebben
jullie voor mij gedaan |