Lezen uit de Bijbel week 33
Gen 18:1-9
De HEER
verscheen opnieuw aan Abraham, bij de eiken van Mamre.
Op het heetst van de dag zat Abraham in de ingang van zijn tent. Toen hij opkeek,
zag hij even verderop plotseling drie mannen staan. Onmiddellijk snelde hij de
tent uit, naar hen toe. Hij boog diep en zei: ‘Heer, wees toch zo goed uw
dienaar niet voorbij te gaan. Ik zal wat water voor u laten halen zodat u uw
voeten kunt wassen, maak het u hier onder de boom intussen gemakkelijk. Ik zal
u ook iets te eten brengen, zodat u weer op krachten kunt komen voordat u
verdergaat. Daarvoor bent u immers bij uw dienaar langsgekomen?’ Zij
antwoordden: ‘Wij nemen uw uitnodiging graag aan.’
Abraham
haastte zich naar de tent, naar Sara. ‘Vlug,’ zei hij,
‘drie schepel fijn meel! Maak deeg en bak brood.’ Daarna snelde hij naar
de kudde, zocht een mooi kalf uit dat er mals uitzag, en gaf dat aan een
knecht, die het onmiddellijk klaarmaakte. Hij haalde boter en melk, nam het
gebraden kalf en zette alles aan zijn gasten voor. Terwijl zij aten, bleef
hij bij hen staan onder de boom.
Verklaring:
Abraham zag
mannen, maar het bleken later de Heer en twee engelen te zijn.
Ze aten en
dronken gewoon, dus het waren geen spoken. Ze hadden mensengedaantes
aangenomen.
Zonder het
te weten kun je engelen herbergen.
Schepel
Dat is een
maat, bijv. een grote schep. Elke vrouw bakte brood
voor haar gezin.
Terwijl
zij aten, bleef hij bij hen staan onder de boom.
Dat is
beleefd, klaar om hen te dienen.
Onder de
boom is schaduw.