Opdracht   week 32  

Ongeveer tien minuten

 

Lees onderstaande brief voor en telkens als er iets is dat van slechte manieren getuigt gaan de kinderen staan.

 

Vandaag was de dag, de grote dag dat Mary naar het schoolfeest zou gaan. Al wekenlang had ze met haar vriendinnen overlegd wat ze zouden aandoen en wie van de ouders hen zou rijden en terughalen.

Haar mobieltje was daarbij wel van pas gekomen. Gelukkig had ze een beetje extra beltegoed van haar ouders gekregen.

Het was alleen jammer dat Joran op school haar mobieltje had afgepakt en ermee een paar haatmails had verstuurd naar Tina, het sufste meisje uit de klas. Nou dacht Tina natuurlijk dat Mary het had gedaan.  Als daar maar geen ellende van kwam.

Toen Mary het tegen de leraar wilde gaan zeggen bedreigde Joran en Timo haar door te fluisteren: ‘Als je het zegt gooien we je tas met boeken in de plas.’

Mary wilde beslist niet dat haar boeken werden beschadigd. Vader en moeder konden echt geen schadepostje gebruiken nu ze zo’n grote lening hadden afgesloten.

‘Ik zal wel zien wat er van komt,’’ dacht Mary en vertelde de leraar niets.

Toen de school uitging was iedereen zo uitgelaten met het oog op het schoolfeest, dat de kinderen elkaar verdrongen door de deur.  Een meisje uit een lagere groep stond te huilen bij de kast, de anderen hadden haar arm afgeklemd in de haast om weg te komen.

‘Zal ik haar even troosten?’ dacht Mary. Ze deed het maar niet, want ze wilde het liefst gauw naar huis om haar feestkleding nog wat bij te strijken. Hijgend van het harde lopen stoof ze de tuin binnen.

Tring, tring, triiiing!

Ze hield haar vinger op het knopje van de bel. Waarom kwam moeder nou niet wat sneller naar de deur.

Dat mens was ook zo sloom als een kikker in de zon.

Er bleek ook nog visite te zijn. Die zeurpiet van een buurvrouw was er met een oude dame die ze niet kende. Nou Mary had echt geen tijd voor handjes geven en opzitten.

‘Doei!’ riep ze snel, graaide drie koekjes van tafel, propte ze in haar mond en verdween naar haar eigen kamer.

Ze legde alles wat ze voor de avond nodig had op haar bed maar wat zag ze tot haar grote schrik?

Er zat een zwart vlekje precies op de voorkant van haar bloes.

‘Moeder!!blerde ze naar beneden, ‘kom eens kijken! Nu direct!’

Natuurlijk kwam moeder niet. Ze had immers visite. Dus denderde Mary de trap af, stoof de kamer binnen rechtstreeks naar haar moeder toe, die in gesprek was met de oude dame.

Het was blijkbaar een ernstig gesprek, want het dametje zat met haar zakdoek over haar ogen te wrijven.

‘Huil maar niet, zei moeder troostend, ‘heus, de artsen zijn tegenwoordig zo knap. U hoeft niet bang te….’

‘Mam, riep Mary er doorheen, ‘mijn jurk heeft een vlek. Je moet me helpen. Nu direct.’

Toen de dames weg waren gegaan had moeder nog een appeltje met Mary te schillen. Dat begrijp je wel.

Gelukkig werd het een gezellige feestavond.