Lezen uit de Bijbel week 32
Gen 13: 12
Abram was
bijzonder rijk: hij had veel vee, zilver en goud. …
Ook Lot,
die met Abram was meegekomen, bezat schapen, geiten,
runderen en tenten. Beiden bezaten zo veel vee dat er te weinig land was om bij
elkaar te blijven wonen. Hierdoor ontstond er ruzie tussen de herders van Abrams vee en de herders van Lots
vee… Daarom zei Abram tegen Lot: ‘Waarom zouden we
ruziemaken, jij en ik, of jouw herders en de mijne? We
zijn toch familie? Het is maar beter dat we uiteengaan. Het hele land ligt voor
je open. Als jij naar links gaat, ga ik naar rechts; als jij naar rechts gaat,
ga ik naar links.’ Lot liet zijn blik rondgaan en zag hoe rijk aan water de
hele Jordaanvallei was; voordat Sodom
en Gomorra door de HEER
werden verwoest, was de vallei tot aan Soar toe even
waterrijk als de tuin van de HEER en als Egypte. Daarom koos
Lot voor zichzelf de Jordaanvallei en trok in
oostelijke richting. Zo gingen ze uiteen.
Verklaring:
Water is voor
dat droge land Israël van levensbelang.