Opdracht   week 30  

Ongeveer tien minuten

 

* Denkstarter 106 Veranderen van dag tot dag

 

* De Tien Geboden leren op je vingers

In een paar minuten de Tien Geboden leren. Regelmatig herhalen.

 

Het is niet toevallig dat wij tien vingers hebben. We kunnen op onze vingers natellen wie en hoe God is.

 

Al lang voordat de Tien Geboden op de berg Sinaï gegeven werden functioneerden ze.

Het is DE HANDLEIDING BIJ ONS LEVEN.

 

Vraag aan de kinderen: HEBBEN JULLIE DE TIEN GEBODEN BIJ JE?

Zo noemt men wel eens je vingers. Soms roept een moeder: 'Niet met je Tien Geboden eten, kind!'

 

DIT ZIJN DE TIEN GEBODEN.

Nummer één. (toon duim van linkerhand.)

De duim kan wat de vingers niet kunnen. God kan wat wij niet kunnen.

IK BEN DE HERE GOD, DIE JOU UIT DE SLAVERNIJ VERLOST HEEFT.

 

(Wijsvinger laten buigen.) GIJ ZULT GEEN ANDERE GODEN VOOR MIJN AANGEZICHT HEBBEN EN DAAR NIET VOOR BUIGEN.

 

(Middelvinger linkerhand laten zien.) Deze vinger steekt uit. Hij wil groter zijn dan God, kijk maar. (Laat zien dat hij groter is dan de duim.) NIET VLOEKEN. (Als je vloekt maak je je groter dan God.)

 

Aan de ringvinger van de linkerhand zit vaak een ring. Het is zogenaamd een mooie vinger. DENK AAN DE SABBAT, DAN MOET JE RUSTEN VAN AL JE GEZWOEG. HET IS EEN DAG VOOR GOD.

(De Sabbat is ook de schakel tussen God en ons.)

 

Dan komt het kleine pinkje: Kijk vader, moeder en kindje. (middelvinger, ringvinger, pink.)

EEN KIND MOET ZIJN OUDERS EREN. Dan zul je lang leven in het land dat de Here, uw God u geven zal.

 

Nu gaan we naar de rechterhand.

Onze beide duimen zijn eender. Wij zijn naar Gods beeld gemaakt. (Houdt de duimen naast elkaar. Draai daarna de rechterduim ondersteboven en zeg:) DAAROM MOGEN WE NIET DODEN.

(Vertel evt. van Nero. Duim omlaag betekent dood, duim omhoog betekent leven.)

 

(Maak van je rechterwijsvinger en je duim een pico bello teken, het lijkt op een trouwring.)

BLIJF TROUW.

Niet echtbreken. Als het niet goed gaat, ga dan naar God. (Maak van de linkerhand eenzelfde teken als de rechterhand, schuif de ringen in elkaar als een ketting. Trek er zogenaamd aan om te laten zien dat het sterk is.) Samen met God gaat het wel.

 

De middelvinger is een lange vinger.

Lange vingers heb je als je steelt.

GIJ ZULT NIET STELEN.

 

De ringvinger is korter dan de middelvinger. Hij doet de waarheid te kort. GIJ ZULT NIET LIEGEN.

 

Het pinkje komt altijd te kort, als hij naar de lange vinger kijkt.

NIET ALLES WILLEN HEBBEN WAT EEN ANDER HEEFT.

 

De Heer Jezus zei: Eigenlijk zijn er maar twee geboden. God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf.

(Je mag alles, maar jouw vrijheid houdt op als die van een ander begint.)