* Denkstarter 106 Veranderen van dag
tot dag
* De Tien Geboden leren op je vingers
In een paar minuten
de Tien Geboden leren. Regelmatig herhalen.
Het is niet
toevallig dat wij tien vingers hebben. We kunnen op onze vingers natellen wie
en hoe God is.
Al lang
voordat de Tien Geboden op de berg Sinaï gegeven werden functioneerden ze.
Het is DE HANDLEIDING
BIJ ONS LEVEN.
Vraag aan de
kinderen: HEBBEN JULLIE DE TIEN GEBODEN BIJ JE?
Zo noemt men
wel eens je vingers. Soms roept een moeder: 'Niet met je Tien Geboden eten,
kind!'
DIT ZIJN DE
TIEN GEBODEN.
Nummer één.
(toon duim van linkerhand.)
De duim kan
wat de vingers niet kunnen. God kan wat wij niet kunnen.
IK BEN DE HERE
GOD, DIE JOU UIT DE SLAVERNIJ VERLOST HEEFT.
(Wijsvinger
laten buigen.) GIJ ZULT GEEN ANDERE GODEN VOOR MIJN AANGEZICHT HEBBEN EN DAAR
NIET VOOR BUIGEN.
(Middelvinger
linkerhand laten zien.) Deze vinger steekt uit. Hij wil groter zijn dan God,
kijk maar. (Laat zien dat hij groter is dan de duim.) NIET VLOEKEN. (Als je
vloekt maak je je groter dan God.)
Aan de
ringvinger van de linkerhand zit vaak een ring. Het is zogenaamd een mooie
vinger. DENK AAN DE SABBAT, DAN MOET JE RUSTEN VAN AL JE GEZWOEG. HET IS EEN
DAG VOOR GOD.
(De Sabbat is
ook de schakel tussen God en ons.)
Dan komt het
kleine pinkje: Kijk vader, moeder en kindje. (middelvinger, ringvinger, pink.)
EEN KIND MOET
ZIJN OUDERS EREN. Dan zul je lang leven in het land dat de Here, uw God u geven
zal.
Nu gaan we
naar de rechterhand.
Onze beide
duimen zijn eender. Wij zijn naar Gods beeld gemaakt. (Houdt de duimen naast
elkaar. Draai daarna de rechterduim ondersteboven en zeg:) DAAROM MOGEN WE NIET
DODEN.
(Vertel evt.
van Nero. Duim omlaag betekent dood, duim omhoog betekent leven.)
(Maak van je
rechterwijsvinger en je duim een pico bello teken, het lijkt op een trouwring.)
BLIJF TROUW.
Niet
echtbreken. Als het niet goed gaat, ga dan naar God. (Maak van de linkerhand
eenzelfde teken als de rechterhand, schuif de ringen in elkaar als een ketting.
Trek er zogenaamd aan om te laten zien dat het sterk is.) Samen met God gaat
het wel.
De
middelvinger is een lange vinger.
Lange vingers
heb je als je steelt.
GIJ ZULT NIET
STELEN.
De ringvinger
is korter dan de middelvinger. Hij doet de waarheid te kort. GIJ ZULT NIET
LIEGEN.
Het pinkje
komt altijd te kort, als hij naar de lange vinger kijkt.
NIET ALLES WILLEN
HEBBEN WAT EEN ANDER HEEFT.
De Heer Jezus
zei: Eigenlijk zijn er maar twee geboden. God liefhebben boven alles en je
naaste als jezelf.
(Je mag alles,
maar jouw vrijheid houdt op als die van een ander begint.)