Lezen uit de Bijbel week 27
Daniël 3:13-20
Woede en dreiging:
Nebukadnessar barstte in woede uit en beval Sadrach,
Mesach en Abednego bij hem
te brengen. Toen de mannen voor de koning waren geleid, voer Nebukadnessar uit: ‘Is het waar, Sadrach,
Mesach en Abednego, dat
jullie mijn goden niet vereren en niet willen neerknielen voor het gouden beeld
dat ik heb opgericht? Luister goed, als jullie je bereid tonen om, zodra je de
muziek van hoorn, panfluit, lier, luit, citer, dubbelfluit en andere instrumenten
hoort, op je knieën te vallen en in aanbidding te buigen voor het beeld dat ik
gemaakt heb ... Maar weigeren jullie te buigen, dan worden jullie onmiddellijk
in een brandende oven gegooid. En welke god zal jullie
dan uit mijn handen kunnen redden?’
Hoe reageer je daarop?
Sadrach, Mesach en Abednego zeiden hierop
tegen de koning: ‘Wij vinden het niet nodig, Nebukadnessar,
uw vraag te beantwoorden, want als de God die wij vereren ons uit een brandende
oven en uit uw handen kan redden, zal hij ons redden. Maar ook al redt hij ons
niet, majesteit, weet dan dat wij uw goden niet zullen vereren, noch zullen
buigen voor het gouden beeld dat u hebt opgericht.’
Gevolg:
Nebukadnessar werd razend, en met een van woede vertrokken gezicht keek hij Sadrach, Mesach en Abednego aan. Hij gaf opdracht de oven zevenmaal heter op
te stoken dan men gewoonlijk deed.