Activiteit   week 26

Ongeveer 15 minuten 

 

Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:

 

*Het zou leuk zijn als je kon kegelen of blikje gooien.

 

* Flessen vullen met water. Groepjes van twee of meer. Gooi met een bal vanaf een bepaalde afstand de fles van de ander om. De bal moet eerst gepakt worden alvorens de fles recht te zetten. Wie houdt het langst water in zijn fles.

 

* Mosterdzaad planten.

 

* Laat een bakker of een moeder vertellen wat zuurdesem/gist is en laat ze het verschil zien tussen brood dat niet gerezen is en wel.

 

* Spel 31 Spullen vergaren

 Dit vereist even wat voorbereiding.

Nodig: nepgeld, bijv. van monopolie, oude munten, lottokaartjes of  zo

Oude verkleedkleren of andere dingen, slabbetjes, sokken, hoeden.

Allerlei speelgoedjes, (je raakt ze niet kwijt. )

Een dobbelsteen.

 

Je gooit met de dobbelsteen om de beurt. PER KIND OF PER GROEP.

Als iemand 1 heeft, krijgt hij/zij/de groep kleren. Die doen ze aan of leggen ze onder de stoel.

Bij 2 krijgen ze geld.

Bij drie is er collecte, dan mogen ze iets op een tafeltje apart leggen. Dat is zogenaamd de collecte.

Bij 4 krijgen ze speelgoed.

Bij 5 moeten ze geld terug geven of speelgoed.

Bij zes moeten ze verkleedkleren teruggeven.

Zo speel je een poosje, tot iedereen wat verzameld heeft.

 

Als je stopt, zegt je: WE GAAN KIJKEN WIE HET RIJKSTE IS GEWORDEN.

Ze denken allemaal, dat je de spullen, het geld en de kleren die ze hebben verzameld meetellen voor hun rijkdom.

Maar dat is juist de verrassing: Als je dood gaat, hebt je daar niks meer aan. Je echte rijkdom ligt op het tafeltje.

VAN WIE IS DIT? VAN WIE IS DAT?

 

WIE HET MEESTE IN DE COLLECTE DEED IS HET RIJKSTE!!!