Ongeveer
15 minuten
Deze week
kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
*Het zou leuk zijn als je kon kegelen of blikje gooien.
* Flessen vullen met water. Groepjes van twee of meer. Gooi met
een bal vanaf een bepaalde afstand de fles van de ander om. De bal moet eerst
gepakt worden alvorens de fles recht te zetten. Wie houdt het langst water in
zijn fles.
* Mosterdzaad planten.
* Laat een bakker of een moeder vertellen wat zuurdesem/gist
is en laat ze het verschil zien tussen brood dat niet gerezen is en wel.
* Spel 31 Spullen vergaren
Dit vereist even wat voorbereiding.
Nodig: nepgeld, bijv. van monopolie, oude munten, lottokaartjes of zo
Oude verkleedkleren of andere
dingen, slabbetjes, sokken, hoeden.
Allerlei speelgoedjes, (je raakt
ze niet kwijt. )
Een dobbelsteen.
Je gooit met de dobbelsteen om de
beurt. PER KIND OF PER GROEP.
Als iemand 1 heeft, krijgt
hij/zij/de groep kleren. Die doen ze aan of leggen ze onder
de stoel.
Bij 2 krijgen ze geld.
Bij drie is er collecte, dan mogen
ze iets op een tafeltje apart leggen. Dat is zogenaamd de collecte.
Bij 4 krijgen ze speelgoed.
Bij 5 moeten ze geld terug geven
of speelgoed.
Bij zes moeten ze verkleedkleren
teruggeven.
Zo speel je een poosje, tot
iedereen wat verzameld heeft.
Als je stopt, zegt je: WE GAAN
KIJKEN WIE HET RIJKSTE IS GEWORDEN.
Ze denken allemaal, dat je de
spullen, het geld en de kleren die ze hebben verzameld meetellen voor hun
rijkdom.
Maar dat is juist de verrassing:
Als je dood gaat, hebt je daar niks meer aan. Je echte rijkdom ligt op het
tafeltje.
VAN WIE IS DIT? VAN WIE IS DAT?
WIE HET
MEESTE IN DE COLLECTE DEED IS HET RIJKSTE!!!