Lezen uit de Bijbel week 21
Ruth
1: 1-6
In de tijd
dat de rechters het volk leidden, brak er een hongersnood uit in het
land. Een man trok daarom met zijn vrouw en zijn twee zonen weg uit Betlehem in Juda, om een tijdlang
in de vlakte van Moab te gaan wonen. De naam van de
man was Elimelech, die van zijn vrouw Noömi, en zijn twee zonen heetten Machlon
en Kiljon; het waren Efratieten
uit Betlehem in Juda. Toen ze in Moab
waren aangekomen, bleven ze daar als vreemdeling wonen. Na enige tijd stierf Elimelech, de man van Noömi, en
zij bleef achter met haar twee zonen. Zij trouwden allebei met een Moabitische vrouw. De naam van de ene was Orpa, die van de andere was Ruth. Nadat ze daar ongeveer
tien jaar gewoond hadden, stierven ook Machlon en Kiljon, en de vrouw bleef alleen achter, zonder haar twee
zonen en zonder haar man.
Verklaring:
Rechters
Vroeger
werden ze richters genoemd. Het waren leiders van het volk, die veel van God
hielden en het volk leerde hoe ze God moesten dienen.