Ongeveer 15 minuten
Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
*Heimwee
Laat de kinderen gedichtjes
maken over heimwee, of een
verhaaltje met elkaar bedenken over een jongen/meisje met heimwee. Hij is
op een paardenkamp, maar stikt van heimwee. Wat gaat de leiding er aan doen?
Wat kun je doen als je bang bent heimwee te krijgen? (foto
van thuis meenemen, knuffel, een boek waaruit je moeder altijd voorleest, een
speciale zakdoek, waarop iets staat, enz.)
Als je een gedichtje maakt, dan kun je een ritme nemen van
een ander gedichtje. Of met een potlood op tafel het volgende ritme tikken:
Eh pam
perompom PAM
PAM perompePAM.
PamperompePAMPAM
PAMperompepam.
*een zakdoek maken. (Of een boekenlegger)
Koop voor elk kind een stuk wit katoen. Als je handig bent
kun je de zakdoekjes even onder de naaimachine omzomen. Ander kun je ze ook
knippen met een kartelschaar. Evt. kun je voor elk
kind een zakdoek kopen bij een een warenhuis. Laat ze
daarop met een vilstift schrijven: ‘God zal alle tranen van de ogen afwissen.’
*een knuffeltje maken. Neem een lap en doe
er een balletje in, zoals bij babyknuffels. Bind een lintje onder het balletje.
Laten ze er een gezichtje op tekenen. Dit is een troostmannetje. Misschien weet
je iemand die verdriet heeft, ziek is of eenzaam. Geef
je troostmannetje dan aan die persoon. Je kunt er ook nog een kaartje aan
vastnieten met de woorden: ‘Jezus is altijd bij je.’