Lezen uit de Bijbel     week 1

Openbaring 3:14-21

 

Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea:

“Dit zegt Amen, de trouwe en betrouwbare getuige, het begin van Gods schepping: Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm! Maar nu u lauw bent in plaats van warm of koud, zal ik u uitspuwen. U zegt dat u rijk bent, dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ongelukkig u bent, hoe armzalig, berooid, blind en naakt. Daarom raad ik u aan: koop van mij goud dat in het vuur gelouterd is, en u zult rijk zijn; witte kleren om u te kleden en uw naaktheid te bedekken, zodat u zich niet meer hoeft te schamen; zalf voor uw ogen, zodat u weer kunt zien. Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt.

Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij.

Wie overwint zal samen met mij op mijn troon zitten, net zoals ik zelf overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit. Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”’

 

Verklaring:

Amen, de trouwe en betrouwbare getuige, het begin van Gods schepping Je snapt natuurlijk wel dat hiermee Jezus wordt bedoeld

 

Lauw:  De Heer Jezus wil dat je een duidelijke keuze maakt. Voor of tegen, maar niet half/half

 

U zegt dat u rijk bent We hebben zoveel. Voor ziekte hebben we een dokter. Voor eten gaan we naar de winkel. Overal zijn we voor verzekerd, maar we hebben geen zekerheid over onze eeuwige bestemming.

 

Goud Dat betekent eeuwige dingen die niet voorbijgaan.

 

zalf voor uw ogen  Als je God niet kent ben je eigenlijk blind.

 

Ik sta voor de deur en klop aan: De Heer Jezus vraagt of hij bij jouw in je hart mag komen wonen. Dat is een nieuw begin.

 

samen eten Dat betekent praten en genieten.

 

op mijn troon zitten We zullen met de Heer Jezus samen op de troon zitten en regeren.

Wil je dat? Kies dan vandaag nog.