Kringgesprek   week 19  

 

Probeer eens een anagram te maken van het woord troosten. Hier is een voorbeeld:

Iemand heeft iets heel ergs meegemaakt en jij wil hem/haar troosten. Wat doe je dan?

T = tegen iemand zeggen dat er toch nog hoop is

R = rustig je arm om iemand heenslaan

O = over Jezus spreken

O = om iemand heen gaan staan voor gebed

S = samen praten

T = tekening maken samen

E = even naar de ander luisteren

N = niet meteen over je eigen problemen beginnen