Probeer
eens een anagram te maken van het woord troosten. Hier is een voorbeeld:
Iemand
heeft iets heel ergs meegemaakt en jij wil hem/haar
troosten. Wat doe je dan?

T = tegen
iemand zeggen dat er toch nog hoop is
R = rustig
je arm om iemand heenslaan
O = over
Jezus spreken
O = om
iemand heen gaan staan voor gebed
S = samen
praten
T =
tekening maken samen
E = even
naar de ander luisteren
N = niet
meteen over je eigen problemen beginnen