Lezen uit de Bijbel week 17
Marcus 16: 1- 9
Toen de
sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en
Maria de moeder van Jakobus, en Salome geurige olie
om hem te balsemen. Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend,
vlak na zonsopgang, naar het graf. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de
steen voor de ingang van het graf wegrollen?’ Maar toen ze opkeken, zagen ze
dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. Toen ze het graf
binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze
schrokken vreselijk. Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de
man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt
uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd.
Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor
naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij
jullie heeft gezegd.”’
Ze gingen
naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door
angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets
zeiden.
Verklaring:
bevangen door angst en schrik
Dat wil
zeggen dat ze doodsbang waren.