Neem een aantal voorwerpen
om vergeving mee duidelijk te maken.
Een bal, een deken, een
stukje zeep, een potje stroop, een hamer, een stufje (gummetje), een pleister.
Laat de kinderen in groepjes
met een papiertje overleggen en opschrijven met welk voorwerp je het beste vergeving kunt duidelijk maken.
Een bal?
Die kaats je terug.
Een deken, die bedekt.
Een stukje zeep, die was het vuil weg
Een potje stroop, daarmee
geef je de ander een zoet hapje in plaats van het bittere.
Een hamer, daarmee timmer je
de ander op zijn kop.
Een stufje, daarmee veeg je
alles uit.
Een pleister, daarmee troost
je.
Een leuke onderbreking is de
changeerzak. Allerlei 117