Activiteit   week 9

Ongeveer 15 minuten 

Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:

 

* toneelstukje PO06 verhalen-poppenkastspelen en toneelstukjes.

 

* maak de bingo spreekwoorden

 

* Spreekwoorden afmaken: 

 

Wie zijn billen brandt….. (Moet op de blaren zitten)

Wat je zaait….. (Zal je ook oogsten)

Waar je mee omgaat…… (wordt je mee besmet)

Een rotte appel in de mand…..(maakt het hele fruit te schand)

De bloemetjes…. (buiten zetten)

Aan de vruchten ken je de…. (boom)

Boontje komt om zijn…. (loontje)

Een bord voor…. (het hoofd hebben)

Op heterdaad….. (betrappen)

Eens een dief….. (altijd een dief)

Eerlijk duurt…. (het langst)

Gestolen goed….. (gedijt niet)

Je eigen ruiten….. (ingooien)

Zijn eigen graf (graven)

Naar de haaien…. (gaan)

Beter ten halve gekeerd dan….. (ten hele gedwaald)

Met de handen in het haar…… (zitten)

Hij is geen knip voor…. (de neus waard)

De kruik gaat zo lang te water tot hij….. (breekt)

Wie het laatst lacht lacht…. (het best)

Tegen de lamp….. (lopen)

Er is met hem geen land….. (te bezeilen)

Al is de leugen nog zo snel, de waarheid…. (achterhaalt haar wel.

Hij liegt dat hij….. (zwart ziet)

Loontje komt om…. (zijn boontje)

Dat muisje krijgt nog een…. (staartje)

Niet verder kijken dan zijn neus…. (lang is)

Praatjes vullen geen…. (gaatjes)

Iets in zijn schild….. (voeren)

Iemand om de tuin…. (leiden)

Goed voorgaan doet…. (goed volgen)

Een vos verliest wel zijn haren maar niet…. (zijn streken)

Iemand van de wal in de …..(sloot helpen)

Wat niet weet….. (wat niet deert)

Wie niet werkt zal ook niet …..(eten)

Wat jij niet wilt dat jou geschiedt doet dat ook…. (bij een ander niet)

Wie wind zaait zal….(storm oogsten)

Iemand zand in de ogen…..(strooien)

Wie zwijgt….. (stemt toe)