Lezen uit de bijbel     week 7

 

In het bijbelboek   

Genesis 4: 3-8

 

Op een keer bracht Kaïn de HEER een offer van wat hij had geoogst. Ook Abel bracht een offer; van de eerstgeboren dieren van zijn kudde koos hij de mooiste uit. De HEER merkte Abel en zijn offer op, maar voor Kaïn en zijn offer had hij geen oog. Dat maakte Kaïn woedend, zijn blik werd donker. De HEER vroeg hem: ‘Waarom ben je zo kwaad, waarom kijk je zo donker? Handel je goed, dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen; maar jij moet sterker zijn dan zij.’

 

Verklaring:

Let eens op het woordje en.

God kijkt niet alleen naar wat hij krijgt, maar hoe het hart is van de persoon van wie Hij wat krijgt.

Kaïn en Abel hadden van hun ouders gehoord, waarom er een lam moest worden geslacht. Dat was door hun ongehoorzaamheid. Het bloed van het lam, dat op het vel zat, bedekte hen. Hun ouders hadden vast wel verteld hoe erg het was geweest en dat ze zich naakt gevoeld hadden toen ze gezondigd hadden.

Waarom offert Kaïn dan toch landbouwproducten?

Hij wou niet toegeven dat hij zelf ook een zondaar was. Voor hem hoefde er geen lam te worden geslacht. Dat was hoogmoed, denk je niet?

Toch was de Here God nog zo goed om Kaïn te waarschuwen.

Dat heet met een kerkwoord: GENADE.