Little Pilgrim 5

 

 

Faith en Vriend waren samen op weg naar het paleis van de koning.

Ze hadden het echt gezellig samen. Op zeker moment leidde de weg de heuvel af naar beneden.

Beneden gekomen zagen ze dat de weg zich splitste in een heleboel zijwegen.

Je kon letterlijk alle kanten uit.
Bij elke aftakking stond een bordje: “OOK DEZE WEG LEIDT NAAR DE KONING.”

“Nou weet ik het niet meer,” zei Faith, “volgens mij maakt het geen snars uit welke weg je kiest.”
“Wacht eens,”zei Vriend, “Daar komen we gauw genoeg achter.
“We proberen ze gewoon een stukje uit. Dan merken we wel of we goed uitkomen.”
“Een klein stukje…?” aarzelde Faith.
Tuurlijk, een klein eindje. Verstandig van ons, hè? ” lachte Vriend.

Ze kozen dus een willekeurige weg en volgden die een tijdje.
Het bleek een doodlopende weg te zijn met aan het eind een foeilelijk kasteel.
“Nou zeg, dat is duidelijk niet het paleis van de koning. Dat kun je zo zien!” zei Faith, “De koning houdt niet van lelijke dingen!”

Dus liepen ze weer terug tot het kruispunt.

De volgende weg. Zou dat de goeie zijn?

Nee hoor, weer zo’n vreselijke ruïne.
“Daar zou onze koning nooit van zijn leven in willen wonen. Dat weet ik zeker!” zei Vriend.

Ook de derde en de vierde weg liepen uit op een puinhoop.
“Gewoon blijven proberen” zei Faith, “We moeten de JUISTE weg vinden. Maar hoe komen we erachter. Ik begin er genoeg van te krijgen.”

 

Op zeker moment kwamen ze echter op een pad waarlangs een vruchtboom stond. Er hingen heerlijke rijpe vruchten aan. Mochten ze daarvan eten?

Waarschijnlijk wel, want er hing een bordje in de boom met de woorden: “Proef en ontdek het.”

Dat lieten ze zich geen twee keer zeggen. Ze waren hongerig en dorstig geworden van de tocht.

“Wow!” zei Faith met volle mond, “Lekker sappig. Kijk eens, van binnen heeft íe zeven kleuren, die van jou ook?”
Mmm!” zei Vriend, “Om te zoenen!”

 

Faith opende het boek van de koning en vond achterin een gedeelte dat op die vruchten sloeg.

Het was Galaten 5:22. Moet je horen:
Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

De twee vrienden begrepen nu waarom er zeven kleuren in die vruchten zaten.

Ze gingen er op hun gemak nog een paar van opeten voordat ze verder moesten.

Er zaten zeker veel vitamientjes in, want ze voelden zich weer helemaal fris en fruitig.

Ze maakten grapjes en hadden veel lol samen.

 

Weet je wat ook een ervaring was om nooit te vergeten?

Toen ze op een gegeven moment bij een dal kwamen met vreselijk dikke mist!

Het pad ging omlaag, dus moesten ze wel de mist in…

Het was koud en vochtig. Je kon niet zien waar je liep…

Dieper en dieper zonken ze in de mist, totdat alleen hun kopjes nog boven de witte dampige wolk uitkwamen.
“Ik ben zo bang!!” zei Faith, “Ik kan niet zien waar ik loop!! Straks val ik nog in een put.”

“Heb je het boek van de koning nog steeds in je hand?” vroeg Vriend.
“Ja.. en?” bibberde Faith, “Doe het open.”
zei Vriend.

Faith deed wat haar vriendje haar adviseerde en weet je wat er gebeurde?

Het boek werd een lamp voor haar voeten en een licht op haar pad.
“Kijk nou eens!” riep ze uit, “Het boek geeft licht!”
“Goed hè?” lachte Vriend.

 

Voorzichtig liepen ze door de dikke mist verder. De lamp gaf licht voor één stap tegelijk.

Dat was maar een klein stukje, maar toch genoeg om zonder ongelukken verder te kunnen lopen.

Uiteindelijk ging het pad weer omhoog en geraakten ze uit de mistige vallei.
“Dat was op het nippertje!” zuchtte Faith, “Voor het zelfde geld waren we voor altijd blijven ronddwalen.”

 “Trouwens” voegde ze eraan toe, “Waarom heb jij eigenlijk geen kopie van het boek van de koning?”
“Omdat ik het zo vaak heb gelezen, dat ik het helemaal uit mijn hoofd ken” zei Vriend!

 

De twee muizen liepen een heel eind door, gezellig babbelend over van alles en nog wat, totdat ze kwamen bij een soort trapje.

Als je dat opliep, dan kon je over een muur kijken. Aan de andere kant liep ook een weg.
Volgens de wegwijzer die erbij stond was dit  de kortste weg naar het paleis. 

Vriend liep meteen de trap op en keek wat er aan de andere kant was.
“Hé, het klopt precies. Moet je kijken, Faith!” riep hij naar beneden. “Dat scheelt een heel eind lopen!”

Faith klom ook naar boven en zag dat hij gelijk had.
Het pad ging door een klein veld en kwam dan aan de overkant weer terug op de hoofdweg.

“Kom op!” riep Vriend. Hij sprong het trapje af en rende vooruit op de kortste weg.
Eh… Eigenlijk denk ik niet, dat de koning zo’n korte route zou maken om de weg af te snijden…” aarzelde Faith.

Maar Vriend hoorde haar al niet meer. Hij was al halverwege.
“Wacht op mij!” riep Faith, die het liefst bij haar vriendje wilde blijven.

Precies zoals Faith al dacht zat er een addertje onder het gras.

Ongeveer in het midden schreeuwde Faith plotseling:
”Kijk uit, Vriend!”

Ze greep haar vriendjes arm vast.

Net op tijd kon hij zijn pas inhouden.

Wat was er aan de hand?

Er strekte zich een diep ravijn uit voor hun voeten. Ze hadden er wel zo in kunnen storten. 

Levensgevaarlijk!

Als je hier naar beneden zou moeten klimmen en dan aan de andere kant weer naar boven klauteren, nou dan was je wel een tijdje bezig. Dit was onbegonnen werk.

Je kon er ook niet overheen springen, dat was veel te ver.

“Al dat geklets over een kortere route…”mopperde Faith toen ze teleurgesteld terugliepen.

“Ik dacht wel… Dat is niks voor de koning. Zo goed ken ik hem nou wel…”

Na een tijdje kwamen ze weer bij de trap, waar alles was begonnen. 
“Gek hè?” lachte Faith, “De kortste weg was eigenlijk de langste en de langste weg is eigenlijk de kortste!”

“Tja, dat weet je pas als je het hebt uitgeprobeerd.“ vond Vriend.

Gelukkig waren ze er goed van af gekomen.

Opgelucht liepen ze verder over de goede weg.

’t Was maar goed dat ze op hun hoede waren geweest. Anders hadden ze nu op de bodem van het ravijn gelegen.

 

Kijk nou eens!

Plotseling verscheen er voor hen op de weg een helder schijnend licht. Het kwam naar hen toe in oogverblindende pracht.

En in het middelpunt was daar een prachtige witte muis.

“Ik ben een boodschapper van de grote koning!” zei de witte muis.
Faith en Vriend bogen vol ontzag voor hem neer.

“Wat doen jullie op deze koninklijke weg?” vroeg de witte muis.
“We zijn op reis naar het paleis van de koning, geachte boodschapper.” zei Faith.

“Dat is helemaal niet nodig,” zei de witte muis, “Als je mij aanbidt zal ik je het eeuwige geluk schenken!”
“Jou aanbidden?” riep Vriend verontwaardigd, “Maar je bent alleen maar een boodschapper van de koning!”

De witte muis werd erg boos door dat gezegde van Vriend.
“Hoe durf je mij ongehoorzaam te zijn?!” gromde hij, “Buig! Of ik zal je gruwelijk straffen!”

 Faith opende gauw het boek van de koning en er sprongen een paar woorden uit.
“Je moet alleen de Here je God aanbidden!” stond er.

“Ik haat dat boek!” schreeuwde de witte muis, “Gooi het onmiddellijk weg!”
“Dat had je gedacht!” zei Faith dapper, “Dit zijn de woorden van de koning en Hij kan niet liegen!”

Plotseling begon de witte muis van kleur te veranderen. Hij werd helemaal donker en uit zijn mond kwamen vlammen.

Waar was zijn stralende licht gebleven? Hij was een bedrieger. 

“Ja, ik heb je wel door!”riep Vriend, “Jij bent helemaal niet een boodschapper van de koning. Je bent een vijand! Vlug, Faith, we moeten bidden om hulp!”
“Help ons, onze Heer en koning!” bad Faith bibberend van angst.

Woeps!!

Ineens kwam er een groot vuur uit de hemel en dat viel bovenop de vijand. Hij was totaal tot as verpoeierd. Weet je wat er alleen maar van hem overbleef?

Een rokend gat in de grond.

En dat was dat.

 

Tsjongejonge” zei Vriend, “We moeten nog voorzichtiger zijn, Soms doen de vijanden van de koning zich voor alsof ze onze vrienden zijn.”
“Ja, ik ben het helemaal met je eens!” antwoordde Faith opgelucht, “Gelukkig hebben we het boek. We weten wat we doen moeten als er bedriegers komen.”

Na al die belangrijke levenslessen lieten Faith en Vriend de rokende as voor wat het was en vervolgden met blijdschap hun weg.

Ze sloegen de armen om elkaars schouder en zongen een liedje over de goedheid van de grote koning.

Twee vrolijke muizenvriendjes op weg naar het paleis.