Lezen uit de Bijbel week 47
In het bijbelboek Genesis 31:1-7
Eens hoorde hij Labans zonen zeggen: ‘Jakob heeft onze vader
alles wat hij bezat afhandig gemaakt, al zijn rijkdom heeft hij verworven ten
koste van onze vader.’ Ook merkte Jakob dat Laban niet meer zo vriendelijk
tegen hem was als voorheen. Toen zei de HEER tegen
Jakob: ‘Ga terug naar het land van je voorouders, naar je familie. Ik zal je
ter zijde staan.’
Jakob liet Rachel en Lea naar het veld roepen, waar zijn vee
was, en zei tegen hen: ‘Ik merk dat jullie vader niet meer zo vriendelijk tegen
mij is als eerst, maar de God van mijn vader heeft mij geholpen. Jullie weten
dat ik zo hard als ik kon voor je vader heb gewerkt.
Verklaring: De zonen van Jacob waren jaloers,
dat Jacob zo rijk werd. Dat komt omdat God hem zegende, maar ook omdat Jacob zo’n
harde werker was. Die zonen dachten: ‘Daar gaat onze erfenis!’