Opdracht   week 40

Ongeveer tien minuten

 

Wat hoort er bij een goede baas en wat bij een slechte ?

Geef alle kinderen een papiertje met de zinnen er op en ook een pen. Zelf ga je een paar van deze zinnen uitspelen, maar niet op volgorde. Ze moeten aankruisen wat ze denken dat het is. Wie wil een van de overblijvende zinnen uitspelen? En kan de groep raden welke zin het is?

Hierna een goedtekentje zetten achter de zin die bij een goede baas hoort.

 

een grote bek geven

 

vriendelijke ogen

 

een bedankje geven

 

opschepperij

 

dreigen en afpersen

 

iets gratis voor je doen

 

iemand uitsluiten

 

het voor iemand opnemen

 

een zweep

 

een theedoek

 

stampende laarzen

 

stiekeme dingen doen

 

belangstelling voor de ander

 

iemand mee laten spelen