Little Pilgrim 4

 

Na het vertrek van Little Pilgrim begon zijn zusje  hem al heel gauw te missen.

Ze vroeg zich af hoe het met hem ging.

Waar zou haar broer naartoe gegaan zijn? Wat zou hij allemaal beleefd hebben?

Ze vroeg het aan haar vader en moeder, maar die schudden verdrietig hun hoofd.
“Hij is gek geworden!’ zeiden ze, “Wie gaat er nou alles opgeven voor één of ander raar verhaal over een koning! Dat is toch niet normaal?”

Maar Faith, zo heette het zusje, zei: 
“Broertje is niet gek. Hij zou er nooit zomaar vandoor gegaan zijn. Hij was er heilig van overtuigd, dat hij het juiste deed!”

Hoe meer ze erover nadacht, hoe meer ze ervan overtuigd was, dat hij wist waar hij mee bezig was. Daarom nam ze op zeker moment het besluit om te kijken waar hij was gebleven.

Ze zei haar vader en moeder gedag en vertrok.

 

Al gauw had ze het donkere bos achter zich gelaten. Ook zij kwam bij de heuvel met de paal. 
Hoe dichter ze bij de paal kwam hoe zwaarder de last op haar schouders drukte. Het zweet stond op haar rug.

Toen ze vlakbij de heuvel kwam kon ze bijna niet meer vooruit.
“Ik moet en zal die top bereiken!” hijgde ze.

Maar weet je wat er gebeurde?

Zodra ze naar de afbeelding van het lam keek, voelde ze zich zo licht worden als een veertje.

Alle zonden vielen van haar af en ook zij vond een kopie van het boek van de koning

Ze zocht gauw een lekker plekje om te zitten en begon in het boek te lezen en te lezen en te lezen…

Urenlang.
“Ik moet naar het paleis van de koning!” zei Faith tenslotte, “Vooruit, in de benen!”

Ze liep zo snel haar korte beentjes haar konden dragen en spoedig was ze al een flink stuk op weg.


Op een zeker moment zag Faith een aardig huisje langs het pad. Boven de deur was een bord gespijkerd met de woorden: TRAININGSCENTRUM VAN DE KONING.

“Volgens het boek van de koning kan ik hier een wapenrusting en een zwaard krijgen!” dacht Faith, “Ik denk dat ik maar even naar binnen ga.”

Zo gezegd, zo gedaan.

“Goedemorgen!” zei een kleine muis, “Ben jij op weg naar het paleis van de koning?”
Eh… Ja” zei Faith wat verlegen.
“Uitstekend” zei de muis, “Blijf een poosje bij ons om wat training te krijgen. Onze cursus bestaat uit drie onderdelen!”

“Welke onderdelen dan?” vroeg Faith nieuwsgierig.
“Allereerst” zei de muis opgewekt “moet je deze grote afwas doen!”

Het was een ongelofelijke klus.

Faith beet op haar tanden en begon. Het ene bord na het andere werd schoongewassen. Er leek geen eind aan die afwas te komen.

“Is dit nou echt de bedoeling van de koning?” dacht ze.

“Hoewel… Hij heeft mij lief en wil mij in zijn mooie paleis laten wonen. Vooruit, ik laat me niet kennen. Voor mijn Heer heb ik alles over.’

Ze waste en waste. Wat werd ze moe. Haar handen waren doorweekt van het sop en alles ging voor haar ogen draaien.
“Dit is gekkenwerk!” zuchtte ze, “Hoe kan ik nou een soldaat voor de koning zijn als ik de rest van mijn leven alleen maar borden moet wassen?!”

“Gefeliciteerd!” riep de kleine muis “Je bent door de eerste test heen. Als je je handjes laat wapperen om anderen te dienen, dan ben je een goed soldaat voor de koning. Op naar de tweede test.”

 

De kleine muis ging even de kamer uit en kwam terug met een varkentje.
“Pas goed op dit varkentje” zei zij, “Stop hem in bad, geef hem eten en doe aardig en liefdevol tegen hem.”
“Hè?? Aardig en liefdevol?” riep Faith verbaasd, “Maar het is een varken!” 

Mopperend nam Faith het beest in haar armen.
Hij stonk een uur in de wind Hij zat maar niet stil en kwijlde. Het was het vervelendste beest dat Faith ooit had gezien.

“Vooruit dan maar. In de naam van de koning…” dacht Faith. Ze wilde zo graag dat de koning blij met haar zou zijn.

Met heel veel moeite en geduld stopte ze het varkentje in bad.
En werd hij toen lief? Welnee.

Hij krijste de boel bij elkaar en probeerde haar zelfs te bijten.

Faith ging gewoon door met liefde te betonen.

Ze gaf hem de fles en wiegde hem in haar armen.
Nog een hele tijd bleef het varkentje druk. Hij probeerde zich los te wurmen en krijste… als een mager varken. Na een paar uur echter viel hij van vermoeidheid in slaap. 

 

“Goed gedaan,” zei de kleine muis die de kamer binnenkwam, “Een volgeling van de koning moet liefde kunnen geven aan vervelende mensen. Nu komt de derde test. Ben je er klaar voor?”
“Ja,” zei Faith met een zucht. Ze was nu al doodmoe.
De kleine muis pakte twee kaarten en zei: “Liefje, nu moet je proberen om de ene kaart te laten balanceren op de andere. Snap je wat ik bedoel?” Faith knikte en ging aan tafel zitten. Ze zette de roze kaart op zijn kant en probeerde de blauwe erop te laten balanceren en ook andersom. Maar ze vielen telkens weer.
Wel honderd keer probeerde ze het opnieuw, soms lukte het bijna. Ach, zie die arme muis nou eens zitten. Hoe voorzichtig ze het ook probeert… het lukt haar niet. Soms kwam de gedachte bij Faith op om het maar op te geven, maar dan dacht ze weer aan de koning en aan haar lieve broer. Nog eens proberen… en nog eens… De hele dag bleef ze het proberen en tenslotte viel ze tegen de avond in slaap. De kleine muis liet haar maar lekker doorslapen. “Lieve schat, wat heb je goed je best gedaan. Het is ook niet makkelijk om een soldaat van de koning te worden. Tot morgen!” fluisterde ze. Toen Faith wakker werd stond de muis er al weer.“Goed gedaan, meisje! Je bent ook voor de derde test geslaagd!” riep ze blij. “Geweldig!”
“Maar… eh… het is me niet gelukt,” stotterde Faith, “ben ik dan toch geslaagd? “Ik heb je niet gevraagd om de kaarten te laten balanceren,” zei de kleine muis, “Je moest het alleen maar PROBEREN. En dat heb je gedaan, telkens en telkens weer . . . Een volgeling van de koning moet geduld hebben en dat heb je zeker gehad!” Als beloning voor het met succes volgen van de cursus gaf de kleine muis een gouden kroontje aan Faith.
Die was er maar wat blij mee. Telkens voelde ze even of de kroon er nog was. Zo vervolgde het zusje van Little Pilgrim haar weg. Op naar het volgende avontuur.

Dat liet niet lang op zich wachten.

Een groot vurig monster versperde haar de weg.

“Ho! Ssstop! Jij mag hier niet door! Daar zal ik wel voor zzzorgen!” loeide het vreselijke schepsel.

“En wie ben jij dan wel?” vroeg Faith dapper maar angstig.
“Ik werk voor de grootste vijand van de koning. Sssshhh! Ik ben gekomen om je te killen!” zei het monster grijnzend.

Faith liep een paar passen achteruit en zette het toen op een lopen, terug langs de weg die ze was gekomen.
Toen ze merkte dat het beest haar niet achterna kwam ging ze onder een boom zitten uitrusten.

Ze overlegde wat ze het beste kon doen.

 “Zou er in het boek van de koning ook een aanwijzing staan wat ik moet doen?” dacht ze.
Ze opende het boek en er sprongen zo maar een paar woorden uit.
“DEGENEN DIE HUN GOD TROUW ZIJN ZULLEN ZICH MET KRACHT VERZETTEN!”
Dan. 11:32

 “Wat?”riep Faith blij uit, “Zullen zich met kracht verzetten? Maar ik kan dat beest toch niet aan? Dat is veel te sterk voor mij. Ik ben maar een muisje!”

 Maar de woorden stonden daar recht voor haar neus en ze werden al maar groter. Ze kon er niet omheen.

“Het ziet er naar uit, dat ik het er maar op moet wagen” zei Faith, “Maar zijn gezicht staat me echt niet aan!”
Ze stond op en begon voorzichtig naar het monster toe te lopen.

Wat zou er gebeuren?

Maar gaandeweg kreeg ze meer moed. Ze begon zelfs steeds harder op het monster af te rennen.  Overmoedig schreeuwde ze:

“Hé, jij, grote opschepper. Ik kom naar je toe in de naam van mijn koning en Heer! Je kunt maar beter uit de weg gaan.”

Het boek van de koning hield Faith stevig in haar hand geklemd.  

Het schepsel deed het in zijn broek van angst. Hij draaide zich om het zette het op een lopen!
Jaaaaah!” schreeuwde Faith, “Ik ben een soldaat van de koning en ik ben niet bang voor jouw, smerig loeder!”

Toen de vijand nog maar een stofwolk was aan de horizon stopte Faith met haar achtervolging. En ze begon me toch te lachen, te lachen. Niet mooi meer!
“Het was allemaal bluf!” zei ze hijgend, “Ik ben sterk. Hij was zwak. Met mijn God kan ik de overwinning behalen over alle monsters van de wereld.”

Vrolijk en blij ging ze weer op weg. Op de maat van een zelfgemaakt liedje voor de koning marcheerde ze door als een echte soldaat.

 

Maar wat ziet ze daar ? Recht voor zich uit loopt nog een muis dezelfde kant op.

Faith probeert hem natuurlijk in te halen.

“Hoi, hallo!” zei Faith, “Wie ben jij?”
“Ik heet Vriend” zei de muis blij dat hij niet meer alleen hoefde te lopen.
“Ik heet Faith,” zei het zusje van Little Pilgrim, “Hoe kom je aan zo’n aparte naam?”
Eh… dat weet ik niet, misschien omdat ik graag een vriend voor je wil zijn?”

Faith mocht deze muis wel. Hij had iets heel bijzonders.

 “Samen is beter dan alleen.” dacht Faith. En dat is een waarheid als een koe.

Waarover ze praten, onderweg naar het paleis van de koning?

Over van alles en nog wat. Maar vooral over de grote dingen die de koning voor hen had gedaan.