Opdracht   week 36

Ongeveer tien minuten

 

1. Schrijf eens op een papiertje wie er allemaal de baas zijn over je. Wat doen ze voor je?

 

 

2. Bespreking: Ouders, juf, politie. Soms je oudere broer of zus, je tante, opa of oma. Wat doen ze voor je? Omdat ze voor ons zorgen moeten we goed naar hen luisteren. Jij hebt daar veel belang bij.  Als je moeder zegt dat je om die en die tijd thuis moet zijn, is dat omdat ze je jouw welzijn op het oog heeft. Kinderen zonder ouders kunnen doen wat en wanneer ze maar willen. Als niemand weet waar je zit en er gebeurt iets met je, dan ben je aan je zelf overgeleverd. Dan ben je een schaap zonder herder en geloof me: er zijn wolven om je heen.

Wat is het verschil tussen de baas zijn en de baas spelen? Wat heeft het voor belang dat er politie is? Is de politie in andere landen strenger, denk je? 

 

 

Er kan er maar eentje de baas zijn, zegt een liedje van Elly en Rickert. Wie is er bij jou baas boven baas?

.

Suggesties als ze blijven steken:

*een koning is ook een baas, een goede of een slechte.

*wat voor gevaren loeren er op een zwerfkind?

*heeft alleen een kind een baas (koning, leider, verzorger) nodig?