Little Pilgrim 3
Little Pilgrim bevond zich op het smalle pad dat leidt naar het kasteel van de
Grote Koning.
Er waren juist drie muizen langs komen rennen, die flink in paniek waren.
Ze schreeuwden “Ga terug! De grootste vijand van de koning komt eraan en
hij wil je pakken!”
Nu wist Little niet wat hij moest doen.
Hij viel dus maar op zijn knieën en begon te bidden.
“Majesteit, als u mij kunt horen,” zei hij eerbiedig, “Laat me dan weten
wat ik moet doen.”
Er kwam geen antwoord en daarom pakte Little het
boek maar weer eens om te kijken of de koning soms ergens iets over deze
kwestie had geschreven.
En ja hoor!…
Hij ontdekte een wapenrusting, een zwaard en een schild…
Little Pilgrim deed de wapenrusting meteen aan en hij paste perfect.
“Het schild van de koning!!” riep hij blij, “Hiermee kan ik alle pijlen van de
Boze weerstaan. Super zeg! En dit zwaard is het woord van de koning. Hiermee
kan ik aanvallen! Ik vrees geen kwaad, want de koning beschermt mij. ”
Moedig marcheerde hij over de weg.
De wapenrusting gaf hem een veilig gevoel en Pilgrim zong strijdliederen ter
ere van de koning.
Maar die boze vijand had ook niet stilgezeten. Kijk maar eens naar al die
reclameborden langs de weg.
Je ziet zeker wel wat er op staat: “GA LEKKER TWIJFELEN!” en “GELOVEN IS
NIET STOER!”
Er kwamen steeds meer reclameborden.
Little voelde zich klein worden bij die hoge dingen.
“DE KONING BESTAAT NIET!”
“HET BOEK VAN DE KONING STAAT VOL FOUTEN!”
”GENIET OP DE BREDE WEG, AFSLAG
RECHTS!”
“Wie denkt hij wel dat hij is!” zei Little
Pilgrim, “Die vent is gek. Hij denkt toch niet dat ik daarin trap??”
“Een leugenaar en een moordenaar, dat is ’tie. Als ik
hem tegenkom zal hij ervan lusten! Moet je kijken wat er staat: ”GOOI HET BOEK
IN DE HOEK!”
”DOE WAAR JE ZIN IN HEBT, DE KONING IS STOM!”
Pilgrim liep gewoon verder, totdat de weg tussen twee rotsen doorliep. Nu
was het pas echt een smal pad. Ineens stond daar voor hem een eng donker harig
monster met rode ogen, dat vuur spuwde.
“Hier kom je niet langs!!!” brulde het monster.
“O nee? Dat dacht je maar, gemeen kreng!” piepte Pilgrim zo hard hij kon.
Zijn stem beefde van opwinding. Het was maar een klein stemmetje vergeleken
met de stem van die reus.
Met zijn zwaard omhoog, het schild in z’n linkerhand schreeuwde hij: “Ik ga
niet terug. Het is maar dat je het weet!”
Zoef, zoef, zoef!
Meteen vlogen er allemaal brandende pijlen op de muis af, maar het schild
van de koning doofde ze meteen.
Wat was die wapenrusting van de koning toch geweldig. De vijand kon niets
tegen hem beginnen. De muis zette zijn helm weer een beetje rechter en
grinnikte.
Opletten Pilgrim! Daar komt het monster aan.
Met een angstaanjagende brul springt het naar voren met zijn grijpende
klauwen.
Precies op tijd zwaait Little met zijn grote
zwaard.
Hier en hier en daar!
De vijand deinst gewond achteruit! Hij is nergens meer.
“Achrrrrrhhh…”
Overwonnen door de moedige muis, dankzij het zwaard van de koning, valt hij
achterover op de weg...
Dood is hij nog niet, want met bovennatuurlijke kracht springt hij op en
vliegt weg krijsend met zijn lelijke stem:
“Wacht maar af!… Ik krijg je nog wel.”
”Pas jij zelf maar op! Loser!” roept de muis hem na.
Hèhè.
Even uitrusten.
Little Pilgrim kan even zijn wapenrusting afleggen en onderuitzakken.
Hij eet wat bladzijden uit het boek en voelt zijn krachten weer terugkomen.
Wat een avontuur was dat, zeg!
Na een lekkere verfrissende douche, ook uit het boek, is Little weer helemaal het muisje!
Vrolijk vervolgt hij zijn weg.
Niet lang daarna komt Little aan bij een
tweesprong.
Tja, welke kant moet hij nu uit. Links? Rechts?
De wegen lijken precies hetzelfde.
Eh…
“Laat ik het linkerpad maar nemen,” denkt de muis na enig beraad.
Al gauw loopt dit pad echter nogal stijl naar boven.
Little’s hartje gaat er flink van bonzen en het zweet loopt
langs zijn rug.
Is dit toch het verkeerde pad?
Ruiken we daar een brandlucht?
En wat betekent dat rommelende geluid?
Owee, de grond beweegt onder Little’s voeten en grote
brokken steen rollen de berg af.
Een aardbeving??
“Ik kan beter teruggaan,” denkt Pilgrim bang. “Dit is niet leuk meer.”
Maar net als hij zich wil omdraaien hoort hij roepen:
“Hallo!!”
Uit een van de grotten aan de weg komt een man aanlopen, helemaal van steen.
Hij kijkt wel vriendelijk. Wat is dit voor een persoon?
“Ik ben meneertje Wet,” zegt de man met het stenen hart, “Ik houd hier de
wacht. Alleen de goeie en perfecte personen mogen erdoor. Als je precies doet
wat God wil en de Tien Geboden naleeft, mag je erdoor. Maar als je ook maar één
klein dingetje verkeerd hebt gedaan, dan moet je sterven.”
“O, ik snap het al, dan is dit het pad van volmaakte gehoorzaamheid,” zucht
Pilgrim,
“Zondaars kunnen hier niet verder. En ik moet eerlijk bekennen, dat ik ook wel
eens gezondigd heb. Nou, ajuus, meneertje Wet, dan ga ik maar weer terug.”
“Het spijt me,” zegt Meneertje Wet, “Zo zijn nu eenmaal de regels, muis. Er
is ooit maar één persoon doorgekomen en dat was de zoon van de koning. Hij
heeft die moeilijke weg alleen afgelegd. Niemand begrijpt hoe zwaar dat
was.
Ik sta hier eigenlijk om de mensen te wijzen op Hem.”
Pilgrim bedankt Meneertje Wet en loopt snel de berg weer af naar beneden.
Op de tweesprong neemt hij de andere weg.
Dit is het pad van genade. Wat fijn, dat er een weg is voor zondaars zoals Little om bij het paleis van de koning te komen.
Op de maat van een zelfgemaakt dankliedje huppelt de muis verder.
Er gebeurt verder niets bijzonders op de weg, totdat hij een bocht omgaat
en in de verte het paleis van de koning ziet liggen.
Wat een heerlijk uitzicht. Vrolijk wapperen de vlaggen in de wind.
Het is hier zo paradijselijk, dat een paar reizigers hier hun vakantie
doorbrengen. Ze liggen heerlijk bruin te bakken in de zon.
Er is ook een oudere muis bij, die heel zijn leven al op de weg heeft
gelopen, maar nu lekker onderuitgezakt in een luie stoel zit.
Die stoel betekent alles voor hem. ’t Is zo’n stoel die ook onderuit kan
zakken, weet je wel.
“Gaat u niet verder?”vraagt Little.
“Misschien later,”zegt de man, “Voorlopig zit ik hier heerlijk. Ik ben erg
op mijn rust gesteld.”
Een eindje verder staat er één aan een bloem te ruiken. Ja, niet zo maar
een bloem, hoor! Er komen allemaal heerlijke geuren van af. Gewoon bedwelmend!
Maar ja, om nou je hele leven door te brengen met ruiken aan bloemen!
“Hoor eens!”zegt Little tegen zichzelf, “Daar doe
ik niet aan mee. Ik ben me daar gek zeg! Per slot ben ik op reis naar het
paleis. En dat is dat!”
Een muis in een kooi?
Little Pilgrim blijft even verbijsterd staan. Zou hij de stakker losmaken?
Als hij een beetje dichterbij komt ziet hij het al. De muis heeft die kooi
zelf gemaakt van ijzerdraad.
Weet je waarom?
Hij zit vol bitterheid en haat.
“Loop je met me mee naar het paleis van de koning?” vraagt Little vriendelijk, maar het boze antwoord bewijst wel, dat
dit een hopeloze zaak is.
“Eerst moeten ze allemaal maar eens sorry tegen me zeggen. Ze hebben me
veel pijn gedaan. Dat vergeef ik ze nooit!”
Little Pilgrim wil al die gestrande reizigers wel helpen.
Hij opent het boek om voor te lezen.
Maar denk je dat ze willen luisteren? Welnee.
Hun eigen boeken hebben ze in de vuilnisbak gegooid, of ze liggen ongeopend
op een plankje in huis.
“Hoepel op met dat boek. Het klopt van geen kant!” schreeuwen ze.
Little moet gewoon de benen nemen, anders rukken ze zijn kostbare geschenk uit
handen.
Hé, wat een schattig huisje staat daar en bovenal, wat een mooi
muizenvrouwtje. Echt een schoonheid met haar lange wimpers en leuke lach!
Little Pilgrim is op slag verliefd op haar.
“Hallo, stoere muis,” zegt ze, “Kom je even binnen?”
“Nou, als je het niet erg vindt,” stottert Pilgrim verlegen, “Maar niet lang,
hoor! Want ik ben op weg naar het paleis.”
“Ga hier maar even lekker zitten,” zegt het muizenvrouwtje, dat Miss Compro heet.
Little Pilgrim kijkt om zich heen en hij vindt alles
even gezellig. Hè, wat heeft hij dit gemist. Een gezellig thuis met een open
haard.
Hij leunt genietend achterover, al die kaarsen en prulletjes, boeken en
schilderijen.
Echt naar zijn smaak.
“Je woont hier leuk,”zegt Little.
Hij krijgt meteen een rode kleur van verlegenheid, want Miss Compro heeft zijn hart gestolen.
Dit is nou echt het vrouwtje van zijn dromen.
Die nacht blijft Little Pilgrim bij zijn nieuwe
vriendin logeren, maar als ze de volgende dag weer vraagt of hij wil blijven
slapen, zegt Little aarzelend nee.
“Nee… eh.. Ikke… moet er weer vandoor.”
Leuk is het niet om weg te gaan.
Little wil eigenlijk veel liever blijven. Je begrijpt zeker wel waarom?
“Ach, lieverd, geef dat boek nou maar aan mij,” zegt Miss Compro, “Dat hoef je toch niet de hele tijd mee te slepen.
Veel te lastig. En zal ik je nog eens wat vertellen? De koning vindt het vast
niet erg als je bij me blijft wonen. Ik ben zo vertrouwd met de weg. Misschien
ga ik nog wel eens verder.”
“Misschien?” zegt
Pilgrim, “Wat bedoel je met misschien?”
“Nou,” zegt Miss Compro met haar zachte stemmetje,
“Vroeger was ik ook een reizigster, tot ik dit huis ontdekte. Nou heb ik mijn
geluk gevonden. Waarom zou je weggaan als je het naar je zin hebt?”
Ineens was Little Pilgrim niet meer zo blij.
Hij moest kiezen tussen zijn grote liefde en zijn trouw aan de koning.
“Het spijt me heel erg,” zegt Little verdrietig, “Ik ben erg op je gesteld geraakt, Compro, maar niets mag me tegenhouden om mijn reis voort te
zetten. Sorry. Ik ben op weg naar mijn koning en Heer.”
“Lieverd, blijf toch!”
Miss Compro begint te huilen, tranen met tuiten.
“Ik hou van je!”
“Ga dan mee!” zegt Pilgrim terwijl hij haar een kushand toewerpt.
Miss Compro kijkt met spijt naar haar mooie huis
en daarna weer naar Little.
Plotseling neemt ze een besluit.
“Je hebt eigenlijk gelijk,” zegt ze, “Ik ben een domme muis. Het is beter
om bij de koning te wonen, dan in een huis van steen. Ik ga met je mee.”
Zo gebeurde het dat Little Pilgrim en zijn vrouw
de brug overgaan en verwelkomd worden in het paleis van de koning.
Wat hebben ze veel te vertellen.
Nooit waren ze zo gelukkig. En elke dag mogen ze bij de koning eten.
Eeuwig feest!
Als jij daar later ook naar toe wil, dan weet je hoe je er komen moet, hè?