Opdracht   week 2

Ongeveer tien minuten

 

*Laat een paar kinderen dit toneelstukje doen. Het gaat over genade en vergeven.

 

Clowntje vergeeft een grote schuld.

Doel: Om een basis te leggen voor de schuld­vergeving van de Heer Jezus aan ons.

Nodig: twee kinderen.

Benodigdheden: wc rol, of kassarol, al of niet beschreven, papieren gevangenis (een a-4tje met strepen) en papieren handboeien, evt. een politiepet, of jasje.

Clown komt op al zingend: Lalala, o, straks ben ik rijk!

 

- Hoho! Waarom ben jij zo blij?

Straks ben ik rijk.

- Waarom straks en niet nu?

Omdat ik m'n centjes nog moet krijgen.

- Van wie dan?

Van jou!

- Krijg jij dan geld van mij?

Nou en of, wat een bof!

- Heb ik dan geld geleend van jou?

Ja, eh... nee. Dat niet. Ik heb werk gedaan voor jou. Kijk maar, ik heb het allemaal opgeschreven. Tien gulden omdat ik hier optreed, tien gulden omdat ik koffie voor je heb gehaald. Tien gulden omdat ik mijn bed heb opgemaakt.

- Ho, wacht eens. Het is toch je eigen bed?

Ja, maar anders had jij het moeten doen.

- Nee, hoor! Je moet zelf je eigen bed opmaken.

En vijftien gulden omdat ik aardappelen heb geschild en vijf gulden voor het oppompen van je band en alles bij elkaar... (trekt een heel eind van de kassarol af): tweeduizend honderd gulden.

- Oeioeioei! Dat kan ik niet betalen. Het waren toch ook jouw  aardappelen die je schilde?

O, wat erg. Ze moet betalen, hè kinderen? Anders haal ik de politie erbij.

- Politie? Maar er is hier toch geen politie?

Welles!

- Nietes.

Kijk dan eens wat ik in deze zak heb: een politiejasje en een politiepet.

- Ja, maar dan heb je toch nog geen politie? Of istie soms onzichtbaar? Ik betaal niet aan een onzichtbare poli­tieman, hoor! Ik betaal helemaal niet zo'n groot bedrag.

Die politieman is niet onzichtbaar. Let maar op. Kinderen, wie van jullie wil me even helpen? Dan mag jij de pet op en het jasje aan. Zie je wel, nou is er een politie. Betaal je nu wel?

- Nee, nog niet.

Politie, die mevrouw moet tweeduizend honderd gulden betalen en ze wil niet. Kunt u ze niet even arresteren? Hier zijn handboeien.

- Handboeien? O, ik wil niet in de handboeien. Dat doet zo'n zeer!

Dan moet je maar betalen! Eigen schuld, dikke bult. Hier heb je een gevangenis, agent. (Geeft papieren raampje.) Laat die mevrouw er maar in gaan zitten.

- O help, ik zit in de gevangenis. Wie haalt me eruit? Wie betaalt mijn grote schuld? Ik heb geen geld? - Genade alstublieft!

Nee, betalen. Dat is eerlijk. Of moet ik haar toch maar vrij laten? En ik krijg toch echt geld van haar...

Nou, ik zal nog eens kijken. Vooruit, die koffie heb ik wel voor niks gehaald en mijn eigen bed opmaken, dat hoeft ze ook niet te betalen. (Scheurt steeds een stuk van de rekening af.)

- Help! Ik wil eruit! O, maar wacht eens: jij moet mij er wel uitlaten, want in de gevangenis kan ik geen pannenkoeken voor je bak­ken.

Nee? Echt niet?

- Nee, echt niet! En je hebt dat liedje toch wel geleerd? Tot zeven maal zeventig maal vergeef ik een ander zijn schuld.

Ja. Kun je echt geen pannenkoeken bakken?

- Nee.

Nou, vooruit. Ik zal alles maar vergeven. Agent, haal haar maar uit de gevangenis. Alles is vergeven. (stampt het papier plat op de grond.) (Zingt: Alles is vergeven, lang zal ik leven, lang zal ik leven in de gloria.) (Af, terwijl hij snoepjes strooit.)

 

Of: Laat de kinderen beurtelings een vuist opsteken of een open hand, net naardat het antwoord is.

Stop onderstaande briefjes in een hoge hoed/pan/doos en laat iemand er steeds een uitpakken en voorlezen.

 

Bekeuring

 

 

vergeving

doodstraf

genade

begrip

liefde

Gevangenisstraf

 

 

strafvermindering

uitwissen

wet

wraak

ontferming

Oordeel

 

 

Iemand anders zijn schuld betalen

Laat maar doorrijden

uitzondering

Meedogenloos

straffen