Activiteit   week 28

Ongeveer 15 minuten 

Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:

Het Woord van God kan zoveel veranderen in een mens.

Hieronder staan een aantal korte stukjes over wat de bijbel uitwerkt in mensenlevens. Schrijf in één van de lege vakjes een samenvatting in je eigen woorden van vijf zinnetjes. Lees je samenvatting later in de kring aan de anderen voor.

 

onderwerp

Verhaal

Mijn samenvatting

De Bijbel verandert karakters

Een sterretje voor Jezus.

In het jaar 1899 woonde er in de stad Ongekroonde Koning in Zuid-India een meisje dat Sterretje heette. Zij was erg ongelukkig en zat vol vragen. Een van die vragen was: "Wie is er nou eigenlijk de allerhoogste god?"

Sterretje was namelijk een Hindoemeisje en in die godsdienst zijn er heel veel goden en godinnen. Ze bad tot de aapgod en de slangengod, de koegod en de olifantengod. Weet je waarom ze wilde weten wie de allerhoogste God is? Ze wilde namelijk zo heel erg graag van haar driftbuien afkomen. Zowat elke dag kreeg ze zo'n aanval. Dan wilde ze schoppen, slaan, gillen en krabbelen. Je begrijpt wel, dat er dus niemand met haar wilde omgaan. Ze wilde niet driftig worden, maar ze kon het gewoon niet laten.

Op een keertje hoorde ze op het Mooie Veld bij het meer een groep mensen zingen. Nieuwsgierig als ze was, ging ze staan luisteren. Een van de mannen, een Christen, vertelde wat de levende God voor hem had gedaan.

"Vroeger was ik een leeuw," zei hij, "maar nu ben ik een lam."

Sterretjes hart sprong op van blijdschap. Er was dus toch een God die haar helpen kon.

De volgende dag ging ze naar de Christenen toe en stelde heel veel vragen. Er was ook een witte vrouw, Amy Carmichael genaamd. Die vertelde haar van Jezus. Ze toonde haar een plaat van Jezus aan het kruis. Met tranen in de ogen keek Sterretje ernaar. Was deze God zo lief, dat hij om haar een ander karakter te geven, aan het kruis was gegaan? Het was net of het licht werd in haar duistere hartje toen ze vroeg of Jezus haar zonden wilde vergeven.

 

De bijbel is als een spiegel.

Kijk eens in de spiegel 

Een aap, een hond en een poes stonden eens voor een lachspiegel. De aap had in de spiegel een heel grote snuit en een klein lijf. De hond had een zeer hoog voorhoofd, alsof hij een professor was met piepkleine pootjes. De poes had een vreselijk grote bek. Het drietal maakte een tijdlang plezier tot het tijd was om naar huis te gaan. Onderweg moesten ze een groot bouwterrein oversteken. Zo ongeveer halverwege gekomen, begon het erg te onweren. Ze zochten een plekje om te schuilen. Gelukkig lagen er wat grote rioolbuizen. De aap stond op het punt om erin te kruipen, toen hij zich ineens herinnerde hoe hij er in de spiegel uitzag.

'Och,' zei hij, 'Wat jammer nou! Mijn snuit is veel te groot voor deze buis.'

'Ach,' zuchtte de hond, 'mijn hoofd is te hoog.'

De poes miauwde klagelijk: 'Wat erg, mijn bek is veel te breed.'

Rillend van ellende en kou zaten ze een tijdlang naast de buizen.

'Hé,' riep de poes ineens, 'zei jij dat je kop te hoog was, hond?'

De hond knikte treurig.

'Maar .... dat is helemaal niet waar!'

De dieren ontdekten, dat de spiegel niet deugde. Ze gingen gauw naar binnen en zaten veilig en droog tot het onweer voorbij was. Gods woord is ook een spiegel, maar dan wel een goeie. Door er in te lezen komen we erachter wie we zijn. Door te doen wat erin staat zullen we veilig kunnen schuilen tegen de stormen van het leven.

 

De bijbel leert dat liefde sterker is dan haat.

Liefde is sterker dan haat 

Ergens in midden Afrika woonde een man, die Tomas heette. Met zijn vrouw en tien kinderen leefde hij in een ronde hut met een rieten dak. Tomas hield veel van de Heer Jezus en hij was altijd bereid iemand te helpen. Daarom haatte zijn overbuurman hem zo. Op een nacht stak hij met een brandende fakkel het strooien dak van Tomas' hut in brand. Gelukkig merkte Tomas het op tijd. De brand werd geblust en er gebeurde niks. Nog twee keer probeerde die boze buurman het. De laatste keer stond er echter een harde wind. De vonken sloegen over naar zijn eigen hut.

'Kijk uit!' schreeuwde Tomas hem toe.

Maar het was al te laat. De droge dakbedekking vatte vlam en stond al gauw in lichter laaie.

'Vrouw!' schreeuwde Tomas, 'Ga jij door met het blussen van ons dak, dan ga ik de buurman helpen.'

En ja, binnen de kortste keren waren ze de brand meester.

'Tomas,' zeiden de andere buren, 'Nu moet je toch heus naar het stamhoofd gaan en alles vertellen. Dan kan hij je vijand in de gevangenis stoppen.'

Tomas wilde liever zijn vijand liefhebben, zoals Jezus ons leerde. Hij knielde neer en bad of God hem wilde veranderen in een vriend. Toch kwam het stamhoofd alles te weten. De buurman werd opgepakt en in de gevangenis geworpen. Daar zat hij tussen zware misdadigers. Op een dag kwam Corrie ten Boom er prediken. Ze vertelde, dat God mensenlevens kan veranderen. De buurman begon te huilen. Hij beleed zijn zonden. Zodra zijn straftijd om was, ging hij vergeving vragen aan Tomas. Die twee werden de beste vrienden. Samen gingen ze in de omliggende dorpen van de Heiland vertellen. Zo zie je, dat liefde sterker is dan haat.

 

 

De bijbel leert ons dat God dichtbij is.

God is dichtbij 

Er is eens een ziek man gestorven met de hand op de stoel naast zijn bed. De mensen dachten: waarom zou hij die hand toch op die stoel gelegd hebben? Later zei de dominee, dat die man er soms zo'n moeite mee had om te bidden." De Here Jezus is zo ver weg," zei hij dan. Toen had de dominee een lege stoel naast zijn bed gezet: 'Asjeblieft, je moet altijd maar denken dat de Here Jezus daar op die stoel zit, naast je bed. Zó dichtbij is Hij. Je kunt heel gewoon met Hem praten, zoals op 't bezoekuur.' De stoel is daar blijven staan. Altijd als die man ging bidden, legde hij zijn hand op die stoel. Alsof hij de Here Jezus een hand gaf. En zó is hij gestorven: met zijn hand in de handen van Jezus. Jezus is vlakbij. Je hoeft je hand maar uit te steken, - en je hebt al contact.

 

 

De bijbel geeft hoop aan hopelozen.

Het ziekenhuisraam

Twee mannen, beide ernstig ziek, lagen in dezelfde kamer in het ziekenhuis. Eén van de twee mocht elke middag een uurtje rechtop zitten. Zijn bed stond vlak naast het raam. De ander moest plat op zijn rug blijven liggen. De twee raakten met elkaar in gesprek. Ze vertelden elkaar al hun hartsgeheimen. Het ging over hun vrouw en hun kinderen, hun thuis, hun baan, hun vakanties en hun opvattingen in het leven. 

 

Elke middag, als de man bij het raam wat mocht opzitten, beschreef hij aan zijn maat wat hij buiten zag. De man in het andere bed leefde er helemaal van op. De vriend bij het raam vertelde, dat het raam uitzag op een park en een schitterend meer. Eenden en zwanen zwommen in het water en kinderen aan de kant lieten hun zelfgemaakte bootjes te water. Een verliefd stelletje wandelde arm in arm tussen de veelkleurige bloembedden en de mooie skyline van de stad begrensde de horizon. Bij deze beschrijvingen deed hij meestal zijn ogen dicht en maakte zich er een voorstelling van. Op een warme namiddag beschreef de zittende vriend zelfs een voorbijgaande parade. Hoewel de band niet te horen was, kon hij zich er wel een goeie voorstelling van maken.

Dagen en weken gingen voorbij. 

Maar op een ochtend vonden ze de man bij het raam dood in bed. Hij was vredig ingeslapen.

De andere man miste zijn vriend en vooral het uurtje met de prachtige beschrijvingen van wat er buiten te zien was. Zou hij durven vragen of hij misschien bij het raam mocht liggen? Misschien, dat hij dan soms eventjes, zich op kon richten om een glimpje op te vangen van het heerlijke uitzicht.

En ja het mocht. Vol verwachting richtte de man zich, zodra de verpleegkundige weg was, op zijn ellebogen op en wat zag hij? ... Een lelijke muur met een schreeuwende reclameposters en een vieze binnenplaats.  

Zijn vriend, die hem zo bemoedigd had, was namelijk... blind geweest.

 

De bijbel leert ons om te kiezen

Eskimo’s 

Er was eens een zendeling die ging werken onder de Eskimo's. Hij wilde hun zo graag de Bijbel uitleggen, maar dat viel echt niet mee. Dat koude land van sneeuw en ijs was zo totaal anders dan het land van de Bijbel. Hoe kon je hen uitleggen wat een herder is en schapen? Van palmbomen en wijnstokken hadden ze nog nooit gehoord. De zendeling bad ervoor en keek goed hoe de Eskimo's leefden. Ze sliepen in iglo's en reisden met sleden en sledehonden. Ze leefden van vis. Moest hij hen vertellen dat de Heer Jezus zei: 'In de iglo van mijn vader kunnen veel mensen wonen?' Opeens kreeg hij een idee.

'Kijk,' zei hij tegen ze, 'In ons hart zijn twee honden aan het vechten, een witte en een zwarte. De witte is erg lief, maar de zwarte is heel gemeen.'

'En wie wint er?' vroegen de Eskimo's heel nieuwsgierig.

De zendeling keek hen stuk voor stuk aan en zei ernstig: 'Wie er wint? ...'

Het werd doodstil, iedereen wilde het antwoord weten.

'De hond die jij eten geeft, wint!' zei de zendeling raadselachtig.

De Eskimo's snapten het drommels goed. En jij?

 

 

De bijbel leert ons dat God ons onze zonden vergeeft

Het lege boek 

'David,' riep moeder naar haar zesjaar oude zoon. 'Wil je even op je zusje passen?'

David kwam er al aan. De baby lag lekker in het wiegje te slapen. Oppassen was dus niet zo moeilijk. Na een tijdje ging hij uit verveling met een stukje touw spelen. Hij bond er een stukje metaal aan en slingerde dat heen en weer. Plotseling schoot het echter van het touw af en kwam precies in het wiegje van de baby terecht. Het arme kind kreeg een schaafwondje aan het hoofd en begon te huilen. David tilde het op en troostte het. Toen moeder terugkwam vroeg ze: 'David, hoe komt dat bloed aan haar hoofdje?'

De jongen durfde het niet te zeggen.

'Ik weet het niet.' loog hij.

Moeder vroeg niet verder, maar het zat David niet lekker. Hij besefte heel goed dat liegen zonde is.

 

Zeven jaar later kwam dit voorval in zijn gedachten toen hij aan het bidden was. Direct ging hij vergeving vragen aan zijn moeder. Ook God vergaf hem, want toen David weer verder ging met bidden, zag hij in gedachten een boek, dat iemand vasthield. Een hand sloeg de bladzijden om en... alle bladzijden waren leeg. Schitterend wit. Iemand zei: 'Er staat geen enkel verkeerd ding in je boek. Het bloed van de Heer Jezus, Gods Zoon, vergaf al je zonden.'

Wat was David blij. Hij kon wel dansen en springen.