Ongeveer 15 minuten
Deze
week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
Het Woord van God kan zoveel veranderen in een mens.
Hieronder staan een aantal korte stukjes over wat de bijbel
uitwerkt in mensenlevens. Schrijf in één van de lege vakjes een samenvatting in
je eigen woorden van vijf zinnetjes. Lees je samenvatting later in de kring aan
de anderen voor.
|
onderwerp |
Verhaal |
Mijn samenvatting |
|
De
Bijbel verandert karakters |
Een sterretje
voor Jezus. In het jaar 1899 woonde er in de
stad Ongekroonde Koning in Zuid-India een meisje dat Sterretje heette. Zij
was erg ongelukkig en zat vol vragen. Een van die vragen was: "Wie is er
nou eigenlijk de allerhoogste god?" Sterretje
was namelijk een Hindoemeisje en in die godsdienst zijn er heel veel goden en
godinnen. Ze bad tot de aapgod en de slangengod, de koegod en de
olifantengod. Weet je waarom ze wilde weten wie de allerhoogste God is? Ze
wilde namelijk
zo heel
erg graag van haar driftbuien afkomen. Zowat elke dag kreeg ze zo'n aanval.
Dan wilde ze schoppen, slaan, gillen en krabbelen. Je begrijpt wel, dat er
dus niemand met haar wilde omgaan. Ze wilde niet driftig worden, maar ze kon
het gewoon niet laten. Op
een keertje hoorde ze op het Mooie Veld bij het meer een groep mensen zingen.
Nieuwsgierig als ze was, ging ze staan luisteren. Een van de mannen, een
Christen, vertelde wat de levende God voor hem had gedaan. "Vroeger
was ik een leeuw," zei hij, "maar nu ben ik een lam." Sterretjes
hart sprong op van blijdschap. Er was dus toch een God die haar helpen kon. De volgende dag ging ze naar de Christenen toe en stelde
heel veel vragen. Er was ook een witte vrouw, Amy Carmichael genaamd. Die
vertelde haar van Jezus. Ze toonde haar een plaat van Jezus aan het kruis.
Met tranen in de ogen keek Sterretje ernaar. Was deze God zo lief, dat hij om
haar een ander karakter te geven, aan het kruis was gegaan? Het was net of
het licht werd in haar duistere hartje toen ze vroeg of Jezus haar zonden
wilde vergeven. |
|
|
De bijbel is als een spiegel. |
Kijk eens in de
spiegel Een
aap, een hond en een poes stonden eens voor een lachspiegel. De aap had in de
spiegel een heel grote snuit en een klein lijf. De hond had een zeer hoog
voorhoofd, alsof hij een professor was met piepkleine pootjes. De poes had
een vreselijk grote bek. Het drietal maakte een tijdlang plezier tot het tijd
was om naar huis te gaan. Onderweg moesten ze een groot bouwterrein
oversteken. Zo ongeveer halverwege gekomen, begon het erg te onweren. Ze
zochten een plekje om te schuilen. Gelukkig lagen er wat grote rioolbuizen.
De aap stond op het punt om erin te kruipen, toen hij zich ineens herinnerde
hoe hij er in de spiegel uitzag. 'Och,'
zei hij, 'Wat jammer nou! Mijn snuit is veel te groot voor deze buis.' 'Ach,'
zuchtte de hond, 'mijn hoofd is te hoog.' De
poes miauwde klagelijk: 'Wat erg, mijn bek is veel te breed.' Rillend
van ellende en kou zaten ze een tijdlang naast de buizen. 'Hé,'
riep de poes ineens, 'zei jij dat je kop te hoog was, hond?' De
hond knikte treurig. 'Maar
.... dat is helemaal niet waar!' De dieren ontdekten, dat de spiegel niet deugde. Ze gingen
gauw naar binnen en zaten veilig en droog tot het onweer voorbij was. Gods
woord is ook een spiegel, maar dan wel een goeie. Door er in te lezen komen
we erachter wie we zijn. Door te doen wat erin staat zullen we veilig kunnen
schuilen tegen de stormen van het leven. |
|
|
De bijbel leert dat liefde sterker is dan haat. |
Liefde is sterker dan haat Ergens in midden Afrika
woonde een man, die Tomas heette. Met zijn vrouw en tien kinderen leefde hij
in een ronde hut met een rieten dak. Tomas hield veel van de Heer Jezus en
hij was altijd bereid iemand te helpen. Daarom haatte zijn overbuurman hem
zo. Op een nacht stak hij met een brandende fakkel het strooien dak van
Tomas' hut in brand. Gelukkig merkte Tomas het op tijd. De brand werd geblust
en er gebeurde niks. Nog twee keer probeerde die boze buurman het. De laatste
keer stond er echter een harde wind. De vonken sloegen over naar zijn eigen
hut. 'Kijk uit!' schreeuwde Tomas
hem toe. Maar het was al te laat. De
droge dakbedekking vatte vlam en stond al gauw in lichter laaie. 'Vrouw!' schreeuwde Tomas,
'Ga jij door met het blussen van ons dak, dan ga ik de buurman helpen.' En ja, binnen de kortste
keren waren ze de brand meester. 'Tomas,' zeiden de andere
buren, 'Nu moet je toch heus naar het stamhoofd gaan en alles vertellen. Dan
kan hij je vijand in de gevangenis stoppen.' Tomas wilde liever zijn vijand liefhebben, zoals
Jezus ons leerde. Hij knielde neer en bad of God hem wilde veranderen in een
vriend. Toch kwam het stamhoofd alles te weten. De buurman werd opgepakt en
in de gevangenis geworpen. Daar zat hij tussen zware misdadigers. Op een dag
kwam Corrie ten Boom er prediken. Ze vertelde, dat God mensenlevens kan
veranderen. De buurman begon te huilen. Hij beleed zijn zonden. Zodra zijn
straftijd om was, ging hij vergeving vragen aan Tomas. Die twee werden de
beste vrienden. Samen gingen ze in de omliggende dorpen van de Heiland
vertellen. Zo zie je, dat liefde sterker is dan haat. |
|
|
De bijbel leert ons dat God dichtbij is. |
God is dichtbij Er
is eens een ziek man gestorven met de hand op de stoel naast zijn bed. De
mensen dachten: waarom zou hij die hand toch op die stoel gelegd hebben?
Later zei de dominee, dat die man er soms zo'n moeite mee had om te
bidden." De Here Jezus is zo ver weg," zei hij dan. Toen had de
dominee een lege stoel naast zijn bed gezet: 'Asjeblieft, je moet altijd maar
denken dat de Here Jezus daar op die stoel zit, naast je bed. Zó dichtbij is
Hij. Je kunt heel gewoon met Hem praten, zoals op 't bezoekuur.' De stoel is
daar blijven staan. Altijd als die man ging bidden, legde hij zijn hand op
die stoel. Alsof hij de Here Jezus een hand gaf. En zó is hij gestorven: met
zijn hand in de handen van Jezus. Jezus is vlakbij. Je hoeft je hand maar uit
te steken, - en je hebt al contact. |
|
|
De bijbel geeft hoop aan hopelozen. |
Het ziekenhuisraam Twee mannen, beide ernstig ziek, lagen
in dezelfde kamer in het ziekenhuis. Eén van de twee mocht elke middag een
uurtje rechtop zitten. Zijn bed stond vlak naast het raam. De ander moest
plat op zijn rug blijven liggen. De twee raakten met elkaar in gesprek. Ze
vertelden elkaar al hun hartsgeheimen. Het ging over hun vrouw en hun
kinderen, hun thuis, hun baan, hun vakanties en hun opvattingen in het
leven. Elke
middag, als de man bij het raam wat mocht opzitten, beschreef hij aan zijn
maat wat hij buiten zag. De man in het andere bed leefde er helemaal van op.
De vriend bij het raam vertelde, dat het raam uitzag op een park en een
schitterend meer. Eenden en zwanen zwommen in het water en kinderen aan de
kant lieten hun zelfgemaakte bootjes te water. Een verliefd stelletje
wandelde arm in arm tussen de veelkleurige bloembedden en de mooie skyline
van de stad begrensde de horizon. Bij deze beschrijvingen deed hij meestal
zijn ogen dicht en maakte zich er een voorstelling van. Op een warme namiddag
beschreef de zittende vriend zelfs een voorbijgaande parade. Hoewel de band
niet te horen was, kon hij zich er wel een goeie voorstelling van maken. Dagen en
weken gingen voorbij. Maar op
een ochtend vonden ze de man bij het raam dood in bed. Hij was vredig ingeslapen.
De andere
man miste zijn vriend en vooral het uurtje met de prachtige beschrijvingen
van wat er buiten te zien was. Zou hij durven vragen of hij misschien bij het
raam mocht liggen? Misschien, dat hij dan soms eventjes, zich op kon richten
om een glimpje op te vangen van het heerlijke uitzicht. En ja het
mocht. Vol verwachting richtte de man zich, zodra de verpleegkundige weg was,
op zijn ellebogen op en wat zag hij? ... Een lelijke muur met een
schreeuwende reclameposters en een vieze binnenplaats. Zijn vriend, die hem zo bemoedigd had, was namelijk...
blind geweest. |
|
|
De bijbel leert ons om te kiezen |
Eskimo’s Er was eens een zendeling die ging
werken onder de Eskimo's. Hij wilde hun zo graag de Bijbel uitleggen, maar dat
viel echt niet mee. Dat koude land van sneeuw en ijs was zo totaal anders dan
het land van de Bijbel. Hoe kon je hen uitleggen wat een herder is en
schapen? Van palmbomen en wijnstokken hadden ze nog nooit gehoord. De
zendeling bad ervoor en keek goed hoe de Eskimo's leefden. Ze sliepen in
iglo's en reisden met sleden en sledehonden. Ze leefden van vis. Moest hij
hen vertellen dat de Heer Jezus zei: 'In de iglo van mijn vader kunnen veel
mensen wonen?' Opeens kreeg hij een idee. 'Kijk,' zei hij tegen ze, 'In ons
hart zijn twee honden aan het vechten, een witte en een zwarte. De witte is
erg lief, maar de zwarte is heel gemeen.' 'En wie wint er?' vroegen de
Eskimo's heel nieuwsgierig. De zendeling keek hen stuk voor stuk
aan en zei ernstig: 'Wie er wint? ...' Het werd doodstil, iedereen wilde
het antwoord weten. 'De hond die jij eten geeft, wint!'
zei de zendeling raadselachtig. De Eskimo's snapten het drommels
goed. En jij? |
|
|
De bijbel leert ons dat God ons onze zonden vergeeft |
Het lege boek 'David,' riep moeder naar
haar zesjaar oude zoon. 'Wil je even op je zusje passen?' David kwam er al aan. De baby
lag lekker in het wiegje te slapen. Oppassen was dus niet zo moeilijk. Na een
tijdje ging hij uit verveling met een stukje touw spelen. Hij bond er een
stukje metaal aan en slingerde dat heen en weer. Plotseling schoot het echter
van het touw af en kwam precies in het wiegje van de baby terecht. Het arme
kind kreeg een schaafwondje aan het hoofd en begon te huilen. David tilde het
op en troostte het. Toen moeder terugkwam vroeg ze: 'David, hoe komt dat
bloed aan haar hoofdje?' De jongen durfde het niet te
zeggen. 'Ik weet het niet.' loog hij. Moeder vroeg niet verder,
maar het zat David niet lekker. Hij besefte heel goed dat liegen zonde is. Zeven jaar later kwam dit
voorval in zijn gedachten toen hij aan het bidden was. Direct ging hij
vergeving vragen aan zijn moeder. Ook God vergaf hem, want toen David weer
verder ging met bidden, zag hij in gedachten een boek, dat iemand vasthield.
Een hand sloeg de bladzijden om en... alle bladzijden waren leeg. Schitterend
wit. Iemand zei: 'Er staat geen enkel verkeerd ding in je boek. Het bloed van
de Heer Jezus, Gods Zoon, vergaf al je zonden.' Wat was David blij. Hij kon wel
dansen en springen. |
|