Quiz week 26

Welk vraagnummer hoort bij welk antwoordnummer ?

Zie de antwoorden onderaan deze pagina 

 

 

Vragen

 

Antwoorden

1

Waar werd Hanna mee gepest door Peninna?

1

 Samuel

2

Bij wie ging ze uithuilen?

2

 Dat ze geen kinderen kon krijgen

3

Hoe noemde ze het zoontje dat ze kreeg? 

3

 Jezus

4

Toen ze haar verdriet bij God had gebracht gebruikte ze haar schild des geloofs. Hoe weet je dat?

4

 Bij God in de tempel 

5

Als kinderen je pesten, hoe houd je dan je schild des geloofs voor je?

5

 Ze trok leuke kleren aan en maakt zich op. Ze was vrolijk, hoewel ze nog geen kindje in haar armen had.

6

 Wat voor pijlen stuurt de duivel op je af?

6

 Alles waarin we geloven.

7

 Wat staat er in de geloofsbelijdenis?

7

 Brandende pijlen

8

 Moet je een groot geloof hebben?

8

 Nee, als een mosterdzaad

9

 Wie bidt er voor ons, dat ons geloof nooit ophoudt?

9

 geloven

10

Ken je een ander woord voor vertrouwen?

10

 Door te denken: God houdt wel van me en  dat is het allerbelangrijkste.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Antwoorden: 1- 2    2-4     3- 1   4-5     5-10     6-7    7-6    8-8    9- 3   10-9