Ongeveer
tien minuten
Zendelingen
komen vaak in gevaarlijke omstandigheden. Ze zijn wel eens bang net als
iedereen. Toch weten ze dat God hen vasthoudt en daarom tonen ze grote moed.
John Hunt, een zendeling naar de Fidji eilanden (1812) was toen hij jong
was een erg bange jongen, bovendien nog erg tenger. Voor boerenknecht deugde
hij niet. Toen hij zestien jaar oud was ging hij zelfs bijna dood door een
ziekte. Maar toen hij de Heer Jezus echt leerde kennen werd hij zendeling naar
in een land vol menseneters. Die mensen deden gruwelijke dingen. Op een nacht
wilden de wilden hun huis in brand steken. John en zijn vrouw zagen in het
maanlicht hun beschilderde gezichten. Ze zagen knotsen en strijdbijlen. Ze
vielen op hun knieën en begonnen te bidden. Maar opeens werd het stil om het
huis, de wilden
waren weer weg gegaan God had hen beschermd. John en zijn vrouw konden
nog jaren daar werken.
Veel mensen zijn daar in de Heer gaan geloven.
Wat hoort er bij bang zijn en wat bij moedig?
|
Bang |
Moedig |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Knikkende knieën, bidden, durven spreken, beven, wegkruipen, zingen, de
waarheid zeggen, gillen, naar
het gevaar toelopen, vluchten, zweten, ergens inspringen,’kom maar op’
zeggen, kippenvel, actie ondernemen,
huilen, in je broek plassen.