Opdracht   week 21

Ongeveer tien minuten

 

Zendelingen komen vaak in gevaarlijke omstandigheden. Ze zijn wel eens bang net als iedereen. Toch weten ze dat God hen vasthoudt en daarom tonen ze grote moed.

 

John Hunt, een zendeling naar de Fidji eilanden (1812) was toen hij jong was een erg bange jongen, bovendien nog erg tenger. Voor boerenknecht deugde hij niet. Toen hij zestien jaar oud was ging hij zelfs bijna dood door een ziekte. Maar toen hij de Heer Jezus echt leerde kennen werd hij zendeling naar in een land vol menseneters. Die mensen deden gruwelijke dingen. Op een nacht wilden de wilden hun huis in brand steken. John en zijn vrouw zagen in het maanlicht hun beschilderde gezichten. Ze zagen knotsen en strijdbijlen. Ze vielen op hun knieën en begonnen te bidden. Maar opeens werd het stil om het huis, de wilden

waren weer weg gegaan God had hen beschermd. John en zijn vrouw konden nog jaren daar werken.

Veel mensen zijn daar in de Heer gaan geloven.

 

 Wat hoort er bij bang zijn en wat bij moedig?

 

 Bang           

 Moedig               

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

       

Knikkende knieën, bidden, durven spreken, beven, wegkruipen, zingen, de waarheid zeggen, gillen, naar

het gevaar toelopen, vluchten, zweten, ergens inspringen,’kom maar op’ zeggen,  kippenvel, actie ondernemen, huilen, in je broek plassen.