Activiteit   week 20

Ongeveer 15 minuten 

 

Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:

 

*Tekenwedstrijd

Laat de kinderen wat vreemd eten zien. bijv. vijgen, Turks brood, linzen. (blikje slakken of inktvis)

Verdeel de groep in tweeën. Geef elke groep een paar vellen papier en een potlood/pen. Een kind uit elke groep krijgt van de leider fluisterend een opdracht en moet die dan uittekenen.

Als iemand van de groep het raadt mag die persoon de volgende opdracht bij de leider gaan halen. Welke groep heeft het eerst alle opdrachten geraden? Geef die groep een beloning. Let op: Neem een verschillend lijstje voor elke groep, want ze zijn slim in het afluisteren.

 

(Een zendeling moet eten wat hem wordt voorgezet. In Korea eten ze hond. Toch is Korea een beschaafd land. In Thailand eten ze insecten. Als er daar een feestje is, gaan ze het bos in om insecten te zoeken om je te verrassen. Men houdt je een bordje voor en je mag daar wat miereneieren van afnemen. Jan Pit, die dit ook meemaakte, schreef: "Het leek wel of ik de beestjes nog in mijn maag voelde

kriebelen." In Nieuw Guinea vinden ze rat een lekkernij.

 

Ida Baarsen, die in Zaïre voor de Leprazending werkte, schreef: "Meestal eet ik gewoon wat de mensen hier ook

eten: maniok, rijst, kookbananen, apenvlees, soms olifantenvlees, antiloop, wat erg lekker is, rupsen en

ratten. (Niet zulke vieze ratten zoals wij die hier kennen, maar veldratten.) In het begin vind je dat allemaal vies,

maar het went snel en nu vind ik het zelfs lekker.)

 

*Kun je een oud-zendeling iets over zijn werk laten vertellen? Kun je een evangelist uitnodigen om wat te komen vertellen over zijn werk? Misschien iemand die door de Heer gered is uit de drugsscene of die blij is dat hij/zij de Heer vond?

 

* uitspelen:

Het meisje dat niet wilde spugen. 

De communisten werden de baas in China. Overal in alle steden, plaatsen en gehuchten namen ze de macht over. Ze hadden het vooral gemunt op de christenen. Op zekere dag vielen ze een kerkgebouw binnen, juist toen er een dienst werd gehouden. Alle gelovigen werden bijeengedreven voor in de kerk. Een van de soldaten rukte een schilderij van Jezus van de muur en smeet het op de grond.

'Allemaal in een rij staan,' beval hij nors. 'Een voor een lopen jullie langs dit schilderij en je spuugt erop. Godsdienst heeft afgedaan! In onze nieuwe wereldorde past geen oudewijvenpraat over God! Dus, jullie spugen, of... je wordt neergeschoten!'

De dominee en een ouderling waren de eersten die langs het schilderij moesten lopen. Ze waren bang om te worden doodgeschoten en spuugden dus. Achter hen kwam een jong meisje. Ze kreeg tranen in de ogen toen ze zag wat er gebeurde. Snikkend viel ze op haar knieën bij het schilderij. Met haar mouw veegde ze het spuug van het glas af. Ze raapte het schilderij op en klemde het tegen zich aan. 'Nooit zal ik op het beeld van Jezus spugen,' huilde ze. 'Schiet me dan maar liever dood.'

Doodse stilte heerste er in de kerk. Zelfs de woeste soldaten waren onder de indruk. 'Allemaal naar buiten,' commandeerde de leider ruw. 'Alleen de eerste twee moeten hier blijven.' Allen waren ervan overtuigd dat hun laatste uur had geslagen, maar eenmaal buiten werden ze vrijgelaten. Twee schoten weerklonken in het kerkgebouw. Het waren de twee mannen, die op het schilderij hadden gespuugd, die werden neergeknald. En weet je wat de commandant daarbij zei? 'Als wat je gelooft je leven niet waard is, dan zijn jullie je leven ook niet waard.' En daarin had hij meer gelijk dan hij besefte.