Little Pilgrim 2.

 

Little Pilgrim was op weg naar het paleis van de koning.
Zijn vriendje Bemoediging was bij hem om hem raad te geven, want Little Pilgrim was heel erg vies. Hij zat onder de stinkende modder en moest nodig in bad.

“Doe het boek open en lees er uit!” zei Bemoediging,
“Het is het boek van de koning en het zit vol levend water!”
Pilgrim vond het wel vreemd, maar hij deed toch maar wat zijn vriendje zei.

En ja hoor!….

WOESJJJ!

Fris heerlijk water waste hem schoon van top tot teen.

Heerlijk zo’n lekker bad. Little knapte er helemaal van op.
Wat een schitterende uitvinding van de koning!

“Nou, ben je eindelijk klaar?” vroeg Bemoediging. “Vooruit, we moeten verder.”
Maar Pilgrim hield zijn buik vast. Het rommelde daarbinnen. Knor, knor!

Hij had van al dat springen honger gekregen en zijn broodtrommeltje had hij bij Evangelist laten liggen.
“Geen probleem!” zei Bemoediging lachend.

Hij opende het boek van de koning en scheurde er een paar bladzijden uit.
“Dit boek is ook voedsel voor je hart,” zei hij, “Het smaakt als honing. Lekker hoor!!”

 Pilgrim proefde een paar bladzijden.
Mmmm!” zei hij, “Lekker hoor!”
Gezellig knabbelend liepen ze verder
.

 

Ineens bleef Pilgrim geschrokken staan.

“Zeg, vriendje, ik bedenk me ineens…  als we alle bladzijden opeten, blijft er niks meer van het boek over…”
“Welnee joh! Die bladzijden groeien vanzelf weer aan,” lachte Bemoediging, “Je kunt er nooit genoeg van eten!”

Het smalle pad ging maar verder en verder.
Het was gezellig om op te lopen en soms zelfs leuk .. .

Maar er waren ook stukken bij waar je slechts met veel moeite naar boven kon komen.

Het pad liep zelfs door een dal van diepe duisternis.
Pilgrim werd angstig.
Hij greep de hand van zijn vriendje en was maar wat blij dat hij niet alleen was.

Er was ook een gedeelte waar dorens en distels groeiden. Pilgrim kwam helemaal onder de schrammen te zitten.

“Au, au!” huilde hij, “Ik bloed helemaal!”
“Ja, ik ook,” zei Bemoediging, “Scheur eens wat blaadjes uit het boek van de koning. Die moeten we over onze wonden wrijven.”

Dat liet Pilgrim zich geen tweede keer zeggen. Hij probeerde het meteen uit en ja, ogenblikkelijk werden hun wonden geheeld.

“Zie je wel,” lachte Bemoediging, “Ik zei het je toch. Dit boek is echt voor allerlei dingen te gebruiken.”

 

Na een tijdje werd het pad effen en gemakkelijk om over te lopen.
“Zeg, Little,” zei zijn vriendje,
“Nou moet ik er weer vandoor. Er zijn nog meer reizigers die ik moet helpen.”

 Pilgrim vond het erg vervelend, maar hij begreep het.

“Bedankt voor alles,” zei hij, “Ik zal je nooit vergeten.”
“En anders ik wel,” zei Bemoediging, “Blijf vooral op het pad lopen, hè? Wie weet zien we elkaar nog wel eens.”

 Pilgrim vond het vreselijk dat zijn vriend er weer vandoor ging. Hij zwaaide hem na tot Bemoediging uit het zicht verdween.  

Hij zette zijn ene been voor de andere en vervolgde zijn reis. Eerst verdrietig, maar toen hij eraan dacht wat een fijne gesprekken ze hadden gevoerd, werd Little steeds blijer. 

Gelukkig had hij het boek van de koning nog bij zich. 

 

Nu liep het pad langs een lage muur.
Niet ver weg, aan de andere kant van de muur was een groot aantrekkelijk huis.

“Wie zou daar nou wonen?” dacht Little.
“Het kan vast geen kwaad als ik eventjes ga kijken. Het huis is maar een klein stukje van het pad verwijderd. Dadelijk keer ik weer terug.”

Hij keek eens door de ramen. Er was niemand thuis.

Hij ging naar binnen door de half openstaande deur.

Hallo, is daar iemand? riep Little.

Paf! Met een klap sloeg de deur dicht en een gemene stem schreeuwde:
Jèèèh! Ik heb er weer een gevangen!”

Er sprong een enge vent te voorschijn. Het was Meneertje ZONDE.
Haha! Nou ben je gevangen – Je bent voor altijd mijn slaaf, mannetje! Hier kom je nooit meer uit.” dreigde hij.

Help! Meneertje Zonde sleepte Pilgrim naar een donkere vieze kamer en deed de deur op slot.

Arme kleine muis. 

Hij snikte en snikte. Hij had het koud en verlangde naar zijn vriendje.

“Help. Is daar iemand die me hieruit kan helpen?”

Little begon op de deur te bonzen, maar het hielp niet. Hij was zo doodalleen…

“Had ik maar geluisterd naar de raad van Bemoediging,” snikte hij, “Die zei nog, dat ik nooit van het pad moest afwijken. Ik was eigenlijk maar een heel klein stukje van de weg af gegaan.”

De uren kropen voorbij en Pilgrim werd steeds wanhopiger.

Betekende dit nou het einde van zijn reis?
Het boek van de koning lag op de grond naast hem, ongeopend.
Dacht Little Pilgrim niet meer aan de geweldige kracht van het boek?

Ineens viel zijn oog erop.
“Hé, wacht eens… Bemoediging zei, dat je het boek voor veel dingen kon gebruiken,” zei Pilgrim bij zichzelf, “Zou het mij ook uit deze gevangenis kunnen leiden? Lief boek van de koning. Hoe kon ik jou vergeten!”
De muis opende het boek en… er viel een gouden sleutel uit!
Op de schacht stonden allemaal woordjes. Het waren beloftes die Pilgrim weer moed gaven. Hij sprong op en neer van blijdschap.
“Beloftes van de koning, beloftes van de koning!” juichte hij. Zou deze sleutel op de deur van zijn gevangenis passen? Even proberen. Klik! Ja, hoor! Het slot sprong meteen open.
De muis was vrij, maar hij moest heel zachtjes doen, anders hoorde die boze meneertje Zonde hem.  Heel voorzichtig, zacht als een muis sloop hij naar de buitendeur. Het lukte. Even later stond hij met zijn ogen te knipperen in de warme zonneschijn. Little Pilgrim was weer vrij!

Maar Meneertje Zonde had het toch gemerkt. Hij kwam hem achterna.

“Kom hier, stuk ongeluk!” brulde hij, “Ik laat je niet ontsnappen. Je bent mijn gevangene!”
Pilgrim werd bang, bang, vreselijk gewoon!

Zijn benen wilden hem niet meer dragen. De rillingen liepen over zijn rug.

Wanhopig opende Little het boek van de koning om te kijken of er iets in was dat hem kon helpen.

Hier? Of daar?

De enge man zat hem op de hielen. Snel, snel!

En ja op het juiste moment vloog er woeps… een hamer uit het boek, die de gemenerd op zijn kop sloeg.

De hamer werd groter en groter… Hij werd zelfs groter dan Meneertje Zonde zelf.
“Nee, nee!” schreeuwde de moordenaar doodsbang, “Niet de hamer van de koning, alsjeblieft!! Niet de hamer!!”

Er was geen ontkomen aan. Met een grote klap kwam de hamer op Meneertje Zonde zijn kop terecht.

Pats!!

Hij was meteen in puinpoeier en werd weggeblazen door de wind.

Nou, nou, dat was een spannend avontuur geweest voor Little Pilgrim.

Hij was doodmoe en zijn tong hing op zijn schoenen. Voortaan beter uitkijken, nam hij zich voor. Het kostbare boek had zijn leven gered.

Nu kon de kleine muis even lekker uitrusten. Hij at nog wat blaadjes uit het boek van de koning en voelde daarmee zijn krachten weer terug komen.

Na een klein slaapje kon hij zijn weg vervolgen. 

Lalalalala, zong kleine muis.

Allerlei liedjes over de grote koning kwamen in zijn hart.

Wat was hij dankbaar.

 

Bij een bocht in de weg gebeurde er echter weer wat raars. Er kwamen drie muizen doodsbang zijn richting uit rennen.

Wat was dat nou??

Help, help! piepten de muizen…

“Wat is er aan de hand?” vraagt Little als ze langs hem rennen.
“De grootste vijand van de koning komt er aan! Wegwezen!” schreeuwen ze bang, “Deze weg is vreselijk gevaarlijk. Ga terug naar huis. Niemand kan er door. Het is nog maar de vraag of er zoiets als het paleis van de koning bestaat!”

Zoef, zoef, zoef, weg waren de bange muizen.

Little Pilgrim keek ze na. Wat moest hij doen?

Doorlopen of er niks aan de hand was? Ja, maar als het nou waar was van die grote vijand?

Terugkeren naar huis?

Dan was alle moeite voor niks geweest.

Hij werd er draaierig van en wist niet te kiezen.

In zijn twee pootjes hield hij het boek van de koning. 

 

Wil je weten hoe het afloopt? Kijk dan naar Little Pilgrim nr. 3.