Informatie bij het programma Zending

 

Het is erg belangrijk dat we kinderen kunnen inspireren om de zending in te gaan. De meeste zendelingen kregen hun roeping toen ze nog jong waren.

Toen ik in  groep zeven en acht zat (vroeger noemde je dat klas vijf en zes)  was er een oude  meester Heijneman. Hij was een invaller tijdens ziekte, maar hij kon zulke mooie zendingsverhalen vertellen. Ik ben hem er nog altijd dankbaar voor, hoewel hij al jaren bij de Heer is.

Wat is er zo bijzonder aan zendingsverhalen? Wel, de blijde boodschap wordt opnieuw verteld in een andere cultuur. De mensen die er mee geconfronteerd worden stellen vragen die je eigenlijk zelf ook hebt. Bestaat er echt een God die leeft? Hoe kan God een zoon hebben. Echt elementaire dingen. Ze kunnen ook dingen vragen zoals: ‘Woont God over de horizon, of zit hij in de grond?’

Kortom ze beseffen wat ze werkelijk hebben als ze Jezus dienen.

 

Vooral wat oudere kinderen zijn dol op verhalen uit andere culturen en andere tijden. Avontuur, gevaar, uitreddingen… Wat weten kinderen van onze tijd soms weinig van hun eigen kerkgeschiedenis/zendingsgeschiedenis.

 

Heel belangrijk is ook dat je altijd bij je kinderwerk geld ophaalt voor de zending. Dan is het geloven met de daad. Ik besteedde in mijn evangelisatiewerk altijd bij elke les een klein deel van de tijd om iets te vertellen over ons zendingsdoel. Jarenlang hebben we geld gespaard voor de MAF  en verhalen verteld uit het boek ‘Vliegen onder Gods commando.’ Een medewerker maakte zelfs een klein vliegtuigje en zette hen op de foto voor hun vliegbrevet. Erg leuk!

Naar mijn heilige overtuiging zegent God je kinderwerk extra als je hen leert aan kinderen in nood ver weg te geven.

 

Er is een mooi lied dat heet: The gift goes on…

 

P.s. evangelisatiewerk is ook zendingswerk.

 

Josine

 

 

 

 

 .