Lezen uit de Bijbel     week 15

 

In het bijbelboek  Marcus 14: 3 – 12

 

Toen hij in Betanië in het huis van Simon – degene die aan huidvraat had geleden – aanwezig was bij een feestmaal, kwam er een vrouw binnen. Ze had een albasten flesje bij zich dat gevuld was met zeer kostbare, zuivere nardusolie. Ze brak het flesje en goot de olie uit over Jezus’ hoofd. Sommige aanwezigen zeiden geërgerd tegen elkaar: ‘Waar is deze verkwisting goed voor? Die olie had immers voor meer dan driehonderd denarie verkocht kunnen worden, en dat geld hadden we aan de armen kunnen geven.’ Ze voeren tegen haar uit. Maar Jezus zei: ‘Laat haar met rust, waarom vallen jullie haar lastig? Ze heeft iets goeds voor mij gedaan. Want de armen zijn altijd bij jullie en jullie kunnen weldaden aan hen bewijzen wanneer je maar wilt, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn. Wat ze kon, heeft ze gedaan: ze heeft mijn lichaam nu al met olie gebalsemd, met het oog op mijn begrafenis. Ik verzeker jullie: waar ook maar ter wereld het goede nieuws verkondigd wordt, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’

 

Toen ging Judas Iskariot, een van de twaalf, naar de hogepriesters om hem aan hen uit te leveren.

Toen zij dit hoorden, waren ze opgetogen en beloofden ze hem geld te zullen geven. En hij zon op een mogelijkheid om hem op een geschikt moment uit te leveren.

 

Verklaring: huidvraat

Vroeger noemde men deze ziekte ook wel melaatsheid

 

Albasten

Van albast gemaakt, een soort geelachtig marmer dat uit Egypte kwam. Het was niet erg hard, anders kon je er niet een stukje afbreken.

 

Nardusolie

Een soort parfum

 

driehonderd denarie

Een flink bedrag. Voor één denarius moest je een dag werken. Voor driehonderd dus 10 maanden. Dus dan snap je het wel.

 

maar ik zal niet altijd bij jullie zijn

Misschien dacht Judas wel, ik moet zorgen dat ik weer een bedrijfje krijg, want straks is Jezus er niet meer en wat gaat er dan met mij gebeuren.