Verhaal week
6
Wil je met me trouwen, Israël?
Marije, een jonge vrouw uit
Papendrecht, ging net met haar vriendin Marina op weg naar aerobics, toen ze
een vliegtuigje laag over hoorde komen. Je moest eigenlijk wel kijken, want het
vliegtuigje scheerde over hun buurt heen. Wat een lawaai. Waarom maakte die
piloot zo’n drukte. Had hij soms motorstoring of zo?
Nee hoor, het was een
reclamevliegtuigje, dat je kon inhuren als je je boodschap in de lucht bekend
wilde maken. Zulke vliegtuigen vlogen ook wel boven het stadion als er een
belangrijke voetbalwedstrijd was. Marije deed geeneens moeite om de boodschap
te lezen, maar… Marina wel. Ze gaf een kreet van verrassing: ‘Kijk nou eens,
Marije, daar staat iets voor jou!’
‘Voor mij? Krijg nou wat!’
Ja, het was waar. Op de
sleep achter het vliegtuig kon je duidelijk lezen: ‘MARIJE, IK BEN GEK OP JE…
WIL JE MET ME TROUWEN?’
Marije kreeg een kleur als
vuur. Dat had die maffe Danny natuurlijk gedaan! Nu kon de hele buurt het
lezen. Haar hart begon sneller te kloppen van opwinding. Eigenlijk als vanzelf
pakte ze haar gsm om hem op te bellen. Maar dat hoefde al niet meer.
‘Hallo, Marije!’hoorde ze
achter zich. Daar stond haar Danny, met een grijns op zijn gezicht en een grote
bos rozen.
Terwijl Marina jaloers
toekeek, ging hij voor Marije op de knieën en zei: ‘Marije, wil je mijn vrouw
worden?’ Even was het stil, toen drong het door tot Marije, wat dit allemaal
betekende.
Wilde ze wel? Natuurlijk!
‘Yes, yes, yes!’riep ze,
terwijl ze hem omhoog trok om te kussen ‘Tuurlijk! Ik ben ook gek op jou!’….
Een gek begin van een
bijbelverhaal, hè?
Toch heeft het alles te maken
met wat er op een dag met het volk Israël gebeurde. De Here God vroeg hen op
een heel indrukwekkende manier bij de berg Sinaï om zijn eigen volk te worden.
Moet je horen:
Drie maanden waren er
voorbijgegaan sinds de Israëlieten uit het land Egypte waren vertrokken, de
grote uittocht, waarover mensen twintig eeuwen later nog over zouden praten.
Ze waren nog steeds niet in
het Beloofde Land aangekomen. Weet je waarom niet? Ze waren niet over de
normale handelsroute gegaan, maar met een enorme omweg. Had Mozes dan geen
goeie landkaart? Waren ze soms verdwaald? Welnee.
Vooraan de lange optocht
liep een gids. Een heel bijzondere gids, die zich nooit vergiste. Het was geen
mens, maar…. de wolkkolom van God. Als de wolkkolom optrok gingen de mensen
erachter aan, als de wolkkolom bleef staan, zette iedereen zijn tent op. En in
de nacht, dat veranderde de wolkkolom in… een vuurkolom. Je zou bijna denken,
dat God een nachtlichtje voor zijn volk liet branden.
Vraagje: Waarom liet de Heer
hen zo’n lange omweg maken?
Dat was ... omdat God en
zijn volk elkaar beter konden leren kennen!
Nu was de wolkolom stil
blijven staan bij een enorme grote rots met een afgeplatte top, de berg Sinaï.
Terwijl iedereen zijn tent in orde maakte en de bedden klaarlegden voor de nacht,
klom Mozes naar de top. Hij zou de Here God daar ontmoeten.
‘Mozes!’ riep de Heer.
‘Luister eens…’
Hijgend en puffend ging
Mozes boven op de berg op een rotsblok zitten. Wat een prachtig uitzicht had
hij daar. Het volk liep als miertjes heen en weer. Hij zag kinderen krijgertje
doen en vaders vuurtjes maken met de grotere jongens. De grijze rook steeg
omhoog. Mozes liet zijn blik gaan over de weg die ze afgelegd hadden.
Heel de weg had de Here voor
hen gezorgd. Hij had hen bevrijd en gevoed. Hij had hen water gegeven uit de
rots, manna uit de hemel en kwakkels voor voedsel. Ginds bij die bergrug had de
Heer hun vijanden voor hen verslagen, die gemene Amalekieten, die hen in de rug
aanvielen… Mozes voelde nog zijn armspieren pijn doen, omdat hij zolang zijn
handen omhoog had gehouden in gebed.
Weer riep God: ‘Mozes! Ik
wil een verbond met mijn volk sluiten!’
Eigenlijk betekende dat
zoiets als: Ik wil met Israël trouwen. God wilde met zijn volk verbonden
blijven. Voor altijd. En dus ging hij afspraken met hen maken. Tien
levensregels wilde hij hen geven, kostbaarder dan goud of zilver.
‘Als ze aandachtig naar mij
luisteren, dan zullen ze uit alle volken mij ten eigendom zijn!’ zei de Heer.
Zou Israël wel ja zeggen op
dat huwelijksaanzoek? Mozes ging het hen vragen.
‘Kom, kom gauw, er is een
grote vergadering!’ klinkt het de volgende dag. ‘Mozes is terug en hij heeft
een heel bijzonder bericht van God voor ons.’
Kleine kinderen, tieners,
oudere mensen en vaders en moeders verzamelen zich onder aan de voet van de
berg. Ze kijken naar Mozes, die op een verhoging staat. Ze kijken ook naar de
lucht, naar de wolken die boven de berg hangen. Wat een prachtig aanzoek. Mozes
zegt: ‘Lieve mensen God zegt: Ik hou van jullie. Ik kan goed voor jullie
zorgen, dat heb je wel gemerkt.’
‘Jaja!’schreeuwen ze
allemaal. Ze zijn op dit moment erg dankbaar.
‘En nu vraagt Hij of jullie
met hem een verbond willen sluiten? Wat is daarop jullie antwoord?’
Even is het stil. Ze denken
aan al die keren dat ze zo gemopperd hebben. Heeft de Heer hen dat allemaal
vergeven? Houdt Hij toch nog van hen?
Dan breekt de vreugde door:
“Jaaaa! Dat willen we,… met
heel ons hart. Alles wat de Here heeft gesproken zullen wij doen!’
Het weergalmt en weerkaatst
tientallen keren door alle kloven en ravijnen van de berg. Wat een groots
moment.
Bovenop de berg flitst heel
even een bliksemschicht. Onweer op komst? Welnee.
Misschien maken Gods engelen
wel een foto van dit belangrijke gebeuren. Voor in het hemelse foto album!