Lezen uit de bijbel
week 51

In het bijbelboek:
Matt.2 : 1-13
Toen Jezus geboren was in
Betlehem …kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de
Joden? Wij hebben… zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te
bewijzen.’
Koning Herodes schrok hevig
toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem.
Hij riep alle hogepriesters
en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias geboren
zou worden.
‘In Betlehem in Judea,’
zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet: “En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder
de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël
zal hoeden.”’
Daarop riep Herodes in het
geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster
zichtbaar geworden was, en stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden:
‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het
gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen.’
Nadat ze geluisterd hadden
naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze
hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats
waar het kind was.
Toen ze dat zagen, werden ze
vervuld van diepe vreugde.
Ze gingen het huis binnen en
vonden het kind met Maria, zijn moeder.
Ze wierpen zich neer om het
eer te bewijzen.
Daarna openden ze hun kistjes
met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre.
Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land.