Opdracht   week 46

Ongeveer tien minuten

 

Vul het woordje VREDE of het woordje OORLOG of oorlogen in.

 

1.Satan voert …. tegen het Lam.

2.Ga in ….. en draag de zegen van God met je mee.

3.David heeft veel bloed vergoten en …. gevoerd.

4.De Here doet …. ophouden tot het einde van de aarde.

5.Ik zal … en rust in Israλl geven.

6.Dan zullen ze de …. niet meer leren.

7.In …. kan ik direct inslapen, want God waakt over mij.

8.Zoek de …. en jaag die na.

9.Gods …. is als een rivier.

10.In het laatste van de tijd zul je horen van …. en onlusten.

11.De duivel voert …. tegen de gelovigen.

12.De koningen verzamelden zich tot de …..

13.De straf die ons de …. aanbrengt was op Jezus

14.Zoek de …. voor de stad en bid voor haar.

15.Ik heb gedachten van …. over je en niet van onheil.

16.Heb zout in jezelf en houdt … onder elkander.

17.Israλl voerde … tegen de Filistijnen.

18.Er is een tijd van …. en een tijd van vrede.

19.Wees niet bang als je hoort van …. want Ik ben met je.

20. …. laat ik u, mijn …. geef ik u.