Opdracht   week 41

Ongeveer tien minuten

Dit is een verhaaltje van vroeger, toen koningen nog de baas waren en slaven hadden, maar het leert ons iets over God en ons.

Laat twee kinderen de volgende samenspraak voorlezen:

De een is een slaafje dat MET heet en de ander is koning. 

 

Slaafje: Wat kan ik voor u doen, majesteit?

Koning: Poets mijn schoenen en ga dan boodschappen halen op de markt.

Slaafje: Ja majesteit. Ik wil graag wat voor u doen, majesteit.

Koning: Wacht, MET, kom eens bij me. Ik loop er al een tijdje over na te denken, maar vandaag weet ik het zeker. Ik ga je  een aanbod doen, een prachtig aanbod.

Slaafje: Meester, word ik soms uw huisslaaf? Dat zou veel eer zijn. Daar droom ik al een tijdje van.

Koning: Meer dan huisslaaf.

Slaafje: Uw …. Ik durf het bijna niet te zeggen. Het zou het allermooiste zijn wat me overkomen kon, uw Kamerdienaar?

Koning: Meer dan kamerdienaar.

Slaafje: Meer dan kamerdienaar??? Maar dat kan toch niet?

Koning: MET, ik heb je nu een tijdje in mijn paleis, maar ik mag je graag. Ik weet dat je een weeskind bent en uit een familie van dieven komt. Je vader was een dief en ook je moeder… en jijzelf hebt ook vaak geld van me gestolen als je een boodschap moest doen, maar toch mag ik je. Zelf hebben we geen kinderen. Maar, als de koningin en ik jou zien, worden we gelukkig. Ik weet niet hoe het komt, maar we willen je graag om ons heen hebben.

Slaafje: Maar, majesteit, vergeef me van dat stelen. Ik heb er al lang spijt van. Ik wil alles terugbe…

Koning: Laat maar zitten. We hebben een geweldig plan met je. MET, nu je ouders dood zijn en je geen thuis meer hebt, wil jij wel bij ons in het paleis komen wonen? We hebben een kamer voor je klaargemaakt. Vlak naast onze kamer. Wil je onze zoon worden? We willen je wettig adopteren, niet omdat je het verdiend hebt, maar uit genade.

Slaafje: Geadopteerd, majesteit, versta ik dat goed?

Koning: Jazeker, als je het goedvindt maak ik je tot mijn zoon. Ik zal je naar school sturen en een goede opvoeding geven. Later word je dan mijn kroonprins en opvolger… Wil je dat MET?

Slaafje: (valt op zijn knieën en huilt) Ik kan het niet geloven, majesteit. Het is zo’n grote eer.

Koning: Stil maar, je oude leven is voorbij. Je bent niet langer een straatkind, maar een prins. Weet je wat… ik geef je ook een nieuwe naam. Voortaan heet je geen MET, dat betekent dood, maar Ahmet, dat betekent WAARHEID. Prins Waarheid. Mooi toch? 

Slaafje: Majesteit, ik zal u altijd dienen tot mijn dood.

Koning: Nee, we zullen altijd samen zijn, Ahmet, en veel met elkaar praten. Als Vader en zoon. Kom kind, vandaag maak ik alle papieren in orde.

Slaafje: Ja eh… majest…  Vader Koning!!

Koning: (Klapt in zijn handen en roept: )Huismeester, ik wil even wat dingen met je bespreken….

 

Vragen:

Vul in of bespreek:

De koning die het slaafje als zijn kind aanneemt is….

Het slaafje, dat de gunst van de koning kreeg lijkt op…

Wat mogen we worden van God? Een …

Hoe onderwijst Hij ons? Door de ….

Als we koningskinderen zijn moeten we ons ook gedragen als….

We kunnen we hemel niet…., maar krijgen hem uit ….

 

Antwoorden:

God, ons, kind, bijbel, prinsen, verdienen, genade.