Lezen uit de bijbel     week 35

In het bijbelboek:   Gen 1: 26 – 31

God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was.

 God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.

 

Verklaring:

Evenbeeld: we lijken dus sprekend op God

heerschappij voeren = de baas zijn over

mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen: Ook vrouwen zijn naar Gods beeld gemaakt. God is dus niet een man. Hij heeft ook vrouwelijke dingen, zoals gevoelig, barend, troostend, koesterend, voedend. God is één, man en vrouw tegelijk. 

dat zal jullie voedsel zijn. In het begin at men dus geen vlees. Dat kwam pas na de zondvloed.

We zijn op de laatste dag van de scheppingsweek gemaakt. Dat wil zeggen dat wij de kroon op de schepping zijn. En weet je wat nog hoger is? Een baby, want darvoor moest niet alleen de schepping klaar zijn, maar vader en moeder moesten ook nog eens veel van elkaar houden.