(15 min.)
*Maak het werkblad
14b
*Of: Uitspelen:
Geef elk kind op een blaadje de Tien Geboden en laat hen
afstrepen wat er wordt gespeeld. Na afloop bespreken. Een paar kinderen krijgen
een kaartje, met een opdracht die uitgebeeld moet worden. De kinderen moeten
raden welke van de Tien Geboden er wordt uitgebeeld. Er mag tijdens het
toneelspel gesproken worden
Dit zijn de Tien Geboden:
1.
Ik ben de Here God.
2.
Niet voor andere goden buigen
3.
Niet vloeken
4.
Op sabbat/zondag rust houden.
5.
Vader en moeder eren
6.
Niet doden
7.
Trouw blijven
8.
Niet stelen
9.
Niet liegen
10.
Niet alles willen hebben.
1.
Je hebt na moeten blijven van school en je verzint
een smoes als je thuis komt als je moeder vraagt waarom je zo laat bent.
2.
Je zit zogenaamd in een reclameblaadje te kijken en
je wilt allerlei dingen uit dat blaadje hebben
3.
Je praat over voetballen en voetballen en voetballen,
als iemand vraagt of je mee naar de club wil zeg je nee en begin weer over je
voetballen.
4.
Je bent altijd goede vrienden geweest met een kind
uit je klas, maar nu is er een ander kind dat je leuker vindt en je laat je
eerste vriend/in schieten.
5.
In de klas gaan ze als spelletje glaasje draaien en
ze vragen of je mee doet.
6.
Jouw vriendengroep gaat zondagmiddag naar het
winkelcentrum om een cadeau te kopen voor een ziek kind in de klas.
7.
Je loopt met een vriendje naar de metro en je ziet
een poster: Een vloek stoort. Je vriendje vraagt: Wat zouden ze daar mee
bedoelen? Jij legt het uit.
8.
Je laat een leuke balpen zien met een rekenmachientje
erin. Je buurvrouw vraagt hoe je er aan komt. Je vertelt dat je die hebt
meegenomen uit het warenhuis.
9.
Je zit vreselijk te roddelen over een kind in de klas
en je gaat het pesten.
10.
Je moet afwassen,
maar je hebt er geen zin in. Je schreeuwt tegen je moeder en doet het
niet.