(15 min.)

Spel: Knipogen
Vorm een dubbele kring
Een van de kinderen staat alleen. Hij knipoogt naar een
voorste kind, en dat kind wil dan naar de knipoger toe rennen, maar wie achter
hem/haar staat pakt hem/haar gauw beet om te voorkomen dat hij/zij wegloopt.
De knipoger maakt dan weer oogcontact met een ander kind uit
de voorste kring.
Straatspel: Ik zie ik zie wat jij niet ziet
en het loopt op straat.
Bijv. een zwerver, een dronken man, een inbreker, een dief, een politieagent, een oud vrouwtje, een postbode, een moeder met een wandelwagentje, een brandweerman, een verslaafde, een bedelaar.
Speel het volgende stukje uit:
Mijn bloemen.
Een paar kinderen worden versierd als
bloemen. Een kind speelt de pestkop.(evt. gezicht zwart maken, pruik op?)
De pestkop verstopt zich.
De leidster vertelt dat zij een mooie
tuin heeft aangelegd met schitterende bloemen. Het zijn heel bijzondere, want
als je aardig tegen ze spreekt gaan ze stralen en pronken. (De bloemenkinderen
doen het.)
“Maar,“ zegt de juf, “als je ze uitscheldt
gaan ze hangen.”
Ze geeft ze zogenaamd water en praat
lief tegen hen.
Dan zegt ze: "Ik moet even weg,
passen jullie op mijn tuintje?"
Als de leidster weg is komt de pestkop
te voorschijn. Hij begint de bloemen uit te lachen. Hij wil zelfs een schaar om
ze af te knippen De bloemen gaan helemaal in elkaar zitten.
De leidster komt en de pestkop
verdwijnt vlug.
"Wie heeft dat gedaan?" vraagt
ze.
Ze gaat de bloemen weer lief
toespreken, giet nog wat water bij en dan moet ze weer even weg. De tweede keer
gaat het weer als de eerste keer. De leidster gaat eens goed zoeken en ja
hoor. Ze vindt de boosdoener. Hij wordt bestraffend toegesproken.
"Als we jou uitlachen en we zeggen
dat je zulk raar haar hebt, hoe zou jij dat vinden?"
Er wordt uitgelegd (niet te lang) dat
we elkaar kunnen zegenen of pijn doen vloeken en we eindigen met: "Ik
zegen jou in Jezus' naam."