(15 min.)
Spel: Ga eens op een ander z’n plaats
zitten.
Eén
kind staat in het midden. Alle andere kinderen zitten op hun stoel. Eén stoel
is leeg. Een van de kinderen naast die lege stoel gaat op die lege plaats zitten.
De anderen sluiten snel aan. Het kind in het midden moet proberen om op die
lege stoel te gaan zitten, voordat het volgende kind erop schuift.
*Of:
maak de woordzoeker Jona
*Of:
Lees het volgende verhaal samen. IL013
Zijn beste vriend
Zo'n
honderd jaar geleden ging het er streng toe op de scholen. De meesters maakten
wel eens gebruik van een stok om kinderen te straffen, die ondeugend waren. Op
een dag kwam er ergens een nieuwe meester op school. Hij stond voor een klas
van wel tachtig of negentig boefjes, onopgevoede schoftjes. Hoe zou hij daar
ooit orde en regel in brengen?
'Jongens
en meisjes,' zei hij. 'We gaan samen tien regels opstellen, waaraan we ons
moeten houden.'
In
die tijd was het trouwens verplicht om schoolregels duidelijk zichtbaar op te
hangen.
De
kinderen knikten. Samen stelden ze de straf vast voor bepaalde overtredingen.
Bij voorbeeld: een kwartier in de hoek staan als je vecht op het schoolplein.
Helemaal onderaan stond de ergste straf: tien stokslagen voor iemand die
steelt. De meester schreef die regels op het bord, zodat iedereen ze kon lezen.
Of
het nou hierdoor kwam of door het feit dat de meester zo'n fijne vent was, er
kwam steeds meer orde in de klas. Weinig straf werd er uitgedeeld. Op een keer
gebeurde er echter iets opzienbarends. Pieter, een mager scharminkeltje, kon
z'n aandacht niet bij de les houden, omdat zijn maag zo knorde. Thuis kreeg hij
veel te weinig te eten. Zijn ogen werden getrokken naar het kastje van Herman,
waar een pakje brood lag. Och, het water liep hem in de mond. Hij verzon dan
ook in de pauze een smoes om binnen te mogen blijven. Stiekem pakte hij het
brood en smikkelde het op.
Toen
alle kinderen na de pauze weer op hun plaatsen gingen zitten, klonk opeens de
verontwaardigde stem van Herman: 'Meester! Ze hebben m'n brood gestolen!'
't
Werd gelijk doodstil. Wie zou dat gedaan hebben?
Meester
had wel een vermoeden. Hij voelde Pieter eens aan de tand en... huilend bekende
deze.
'Waarom
deed je dat, Pieter?' vroeg de meester zacht.
'Omdat
ik zo'n vreselijke honger had,' snikte de jongen.
Ondanks
zijn medelijden moest de meester de regels toepassen. Die waren er nu eenmaal
voor. Pieter moest z'n bloes uitdoen. Ademloos keek de klas toe. Wat een mager
ventje was het. Je kon z'n ribbetjes tellen. Juist wilde de meester z'n stok
opheffen, toen Herman opstond.
'Nee,
meester,' riep hij schor, 'Geef die klappen maar aan mij. Laat Pieter maar
gaan. Ik kan er beter tegen.'
Zo
kreeg Herman de klappen die Pieter verdiende. Pieter is dit nooit vergeten. Hij
bleef altijd Hermans beste vriend.