Opdracht   week 28

Ongeveer vijf minuten

Schrijf de juiste zinnen onder de plaatjes (of nummers)

  1. Paulus studeert veel in de bijbel boekrollen.
  2. Paulus past op de jassen terwijl Stefanus wordt gekruisigd.
  3. Paulus neemt mannen, vrouwen en kinderen gevangen te Jeruzalem.
  4. Paulus is blind.
  5. Paulus wordt weer ziende.
  6. Paulus reisde heel wat af.
  7. Paulus probeert de mensen in Athene te overtuigen.
  8. Een eigenwijze Athener die Paulus uitlacht.
  9. Paulus wordt gevangen genomen.
  10. Paulus is aangespoeld na een schipbreuk.
  11. Paulus wordt in de gevangenis gesmeten.
  12. Paulus schrijft brieven.

 

     

 

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De plaatjes zijn uit het Paulusspel: (in het duits) www.ekd.de/interaktiv