Quiz (week 24)
Welk vraagnummer hoort bij welk antwoordnummer ?
Vul de de antwoorden in en zie de oplossing onderaan
deze pagina.
|
|
Vragen
|
|
Antwoorden
|
|
1 |
Wat deden de hogepriester en
zijn medestanders? |
1 |
Ga naar de tempel en spreek tot het volk over alles wat het
nieuwe leven aangaat. |
|
2 |
Wie opende de deuren van de
gevangenis? |
2 |
getuigen |
|
3 |
Wat gaf de engel hen als opdracht? |
3 |
Ze zetten de apostelen gevangen |
|
4 |
Toen de hogepriester hen later
toch verhoorde, wat antwoordde Petrus hem? |
4 |
Doden. |
|
5 |
Hoe heet het als je over God spreekt? |
5 |
geselen |
|
6 |
De leden van het Sanhedrin
werden woedend. Wat wilden ze met de apostelen doen? |
6 |
Gamaliël |
|
7 |
Welke man nam het voor hen op? |
7 |
Ze verheugden zich dat ze waardig waren die vernedering te
ondergaan omwille van de naam van Jezus. |
|
8 |
Ze luisterden naar Gamaliël, maar lieten wel de apostelen… |
8 |
Een engel |
|
9 |
Waren de apostelen erg
verdrietig daardoor? |
9 |
Dagelijks |
|
10 |
Hoe vaak gaven ze bijbelles in de week? |
10 |
Men moet God meer gehoorzamen dan mensen |