Ongeveer tien minuten
Hier heb je de
UNIVERSELE VERKLARING
VAN
DE RECHTEN VAN DE MENS
Ga even in groepjes zitten en zoek uit welke
artikelen over slavernij gaan.
Artikel 1
Alle mensen worden vrij geboren en moeten op dezelfde manier worden behandeld.
Artikel 2
Iedereen heeft recht op ąlle rechten ongeacht of je jongen of meisje, man of
vrouw bent, welke huidkleur je hebt, welke godsdienst je hebt of welke taal je
spreekt.
Artikel 3
Je hebt recht op leven en recht op leven in vrijheid en veiligheid.
Artikel 4
Slavernij is verboden.
Artikel 5
Je mag niemand martelen.
Artikel 6
Je hebt recht op dezelfde bescherming als iedereen.
Artikel 7
De wet moet voor iedereen hetzelfde zijn; iedereen moet volgens de wet op
dezelfde manier behandeld worden.
Artikel 8
Je hebt recht om hulp van een rechter te vragen, als je vindt dat je volgens de
wetten van je land niet goed wordt behandeld.
Artikel 9
Niemand heeft recht je zonder goede reden gevangen te zetten of je het land uit
te sturen.
Artikel 10
Als je terecht moet staan, moet dat in het openbaar gebeuren. De mensen die je
berechten, mogen zich niet door anderen laten beļnvloeden.
Artikel 11
Je bent onschuldig totdat je schuld bewezen is; je hebt het recht je te
verdedigen tegen beschuldigingen.
Artikel 12
Je hebt recht op bescherming als iemand je lastig valt, je brieven opent of
kwaad van je spreekt.
Artikel 13
Je hebt het recht om te gaan en staan waar je wilt, in eigen land en in het
buitenland.
Artikel 14
Als je slachtoffer wordt van mensenrechtenschendingen heb je het recht om naar
een ander land te gaan en dat land te vragen jou te beschermen.
Artikel 15
Je hebt het recht een eigen naam en nationaliteit te hebben, d.w.z. tot een
land te behoren.
Artikel 16
Je hebt het recht te trouwen en een gezin te stichten.
Artikel 17
Je hebt het recht om dingen te bezitten en niemand mag die bezittingen zonder
goede reden afpakken.
Artikel 18
Je hebt het recht om je eigen godsdienst te kiezen en daarvoor uit te komen.
Artikel 19
Je hebt het recht te denken en te zeggen wat je wilt.
Artikel 20
Je hebt het recht om te vergaderen als je dat wilt. Niemand kan je dwingen om
bij een groep te horen.
Artikel 21
Je hebt het recht om deel te nemen aan de politiek van je land, door zelf
politicus te worden of om via eerlijke verkiezingen op anderen te stemmen.
Artikel 22
Je hebt het recht om jezelf te ontwikkelen en te profiteren van de gunstige
omstandigheden (werk, cultuur, sociale zorg) in je land.
Artikel 23
Je hebt recht op werk in het beroep dat je zelf kiest; je hebt ook recht op
loon voor het werk dat je doet. Mannen en vrouwen moeten voor hetzelfde werk
evenveel betaald krijgen.
Artikel 24
Je hebt recht op vrije tijd en vakantie.
Artikel 25
Je hebt recht op alles wat nodig is om ervoor te zorgen dat je niet ziek wordt,
geen honger of dorst hebt en een dak boven je hoofd hebt; als je ziek of oud
bent, moet je worden geholpen.
Artikel 26
Je hebt het recht om naar school te gaan.
Artikel 27
Je hebt het recht om te genieten van wat kunst en wetenschap voortbrengen. Als
kunstenaar, schrijver of wetenschapper heb je recht op bescherming.
Artikel 28
De autoriteiten in je land moeten ervoor zorgen dat er een 'orde' is die al
deze rechten beschermt.
Artikel 29
Je hebt ook plichten tegenover de mensen om je heen, zodat ook hun
mensenrechten kunnen worden beschermd. De wetten in je land mogen niet ingaan
tegen deze mensenrechten.
Artikel 30
Geen enkel land en geen enkel mens mag proberen om de rechten te vernietigen,
waar je zojuist over gelezen hebt.