Opdracht   week 15

Ongeveer vijf minuten

 

* Vlek maken

 

Laat de kinderen eens een lekkere vlek maken op een stuk papier. Vouw dubbel en weer open. Zo’n vlek lijkt op een vlinder of zo. Wat zie je er in?

Kun je van een vlek ook iets moois maken?

Er was eens, in de tijd dat de kinderen op school met inkt schreven, een kind dat een vlek in haar schrift had gemaakt. Ze dacht dat de meester wel boos zou zijn, maar toen ze de volgende keer haar schrift opendeed, had de meester van de vlek een leuke tekening gemaakt. In plaats van de lelijkste bladzijde in het schrift was het de mooiste geworden.

 

* Mimestukje

 

Meneertje Iemand en de zak met zonden.

 

Karakter: Iemand die ons allemaal voorstelt.

Benodigdheden: Een grote zak met een touw dichtgebonden.

 

1. IEMAND komt op, blij, zonder zorgen, nonchalant. Hij doet alsof hij fluit, zwaait met zijn armen, huppelt.

Dan ziet hij de zak. Hij stopt, onderzoekt hem nauwkeurig zonder aan te raken. Hij is duidelijk onder de indruk.

 

2. Zijn houding verandert in geheimzinnig. Hij kijkt naar links en rechts. Omzichtig grijpt hij de zak en loopt  ermee weg, trots over wat hij in handen heeft.

Nog eens links en rechts kijken. Niemand heeft het gezien. Hij wil de zak opendoen, maar dan hoort hij zogenaamd God roepen.

Schaapachtig kijkt hij naar boven. Hij begrijpt dat God alles zag. Zijn ogen gaan een paar keer van de zak naar het plafond.

 

3. Zijn houding verandert weer. Hij streelt de zak en knuffelt hem. Hij kijkt opstandig en koppig naar boven.

Hij gaat staan en probeert de zak te verbergen achter zijn rug, maar dat gaat niet goed.

 

4. Plotseling heeft hij een idee. Hij reikt naar boven met één hand, maar de andere hand houdt de zak stijf vast. Iets gaat er echter goed fout. Hij kan God niet vinden. Hij doet zijn andere hand voor de ogen en graait in de lucht. Hij schudt zijn hoofd vol verdriet, want hij kan Hem niet vinden.

Tenslotte met slechts één vinger op de zak strekt hij zijn hele lichaam zover mogelijk ervan af. Hij kijkt weer omhoog, zoekend. Verdrietig, gefrustreerd veegt hij een traan van zijn ogen af.

 

5. Nog eenmaal kijkt hij naar de zak. Dan ineens besluitvol, trekt hij zijn hand van de zak af, kijkt omhoog en knikt met zijn hoofd: ja! Hij heeft besloten God te volgen. Met zijn rug naar de zak gekeerd, reikt zijn hand naar de hemel. Hij glimlacht. Hij omhelst zichzelf en klikt zijn hielen tegen elkaar. Voor de eerste keer sinds hij de zak zag kijkt hij weer gelukkig. Zonder verder om te kijken, loopt hij weg.

 

 

* Fotokarton

 

Als je wit glanzend dun karton hebt, kun je er met rood dingen op schrijven, bijvoorbeeld het woord zonde. Kijk je dan door een rood cellofaanpapiertje, dan zie je die woorden niet, omdat het rode cellofaan de rode letters absorbeert. God vergeeft je zonden, want Hij kijkt door het bloed van Jezus.