Quiz (week 14)
Welk vraagnummer hoort bij welk antwoordnummer ?
Vul de de antwoorden in en zie de oplossing onderaan
deze pagina.
|
|
Vragen
|
|
Antwoorden
|
|
1 |
Hoe heette de discipel die niet kon geloven dat
Jezus was opgestaan? |
1 |
In Jezus’ zij. |
|
2 |
Waar mocht Tomas zijn hand leggen? |
2 |
Tomas |
|
3 |
Hoe begroette Jezus de discipelen? |
3 |
Zij die niet zien en toch geloven |
|
4 |
Wat antwoordde Tomas? |
4 |
De tempelpolitie |
|
5 |
Welke mensen zijn gelukkig volgens Jezus? |
5 |
tweeling |
|
6 |
Voor wie waren de discipelen bang? |
6 |
Hij kwam door de dichte deur |
|
7 |
Wat betekent de naam Tomas? |
7 |
Alleen als ik de wonden van de spijkers zie en met
mijn vingers kan voelen, zal ik geloven. |
|
8 |
Waarom waren de discipelen verbaasd dat Jezus in
hun midden was? |
8 |
Mijn Heer, mijn God |
|
9 |
Waaraan kon iedereen zien dat het Jezus was? |
9 |
De littekens in zijn handen en zijn zij. |
|
10 |
Wat zei Tomas tegen de discipelen toen ze vertelden
dat ze Jezus gezien hadden? |
10 |
Ik wens jullie vrede |