15 min.
Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:
Een I love you couponboekje
maken
*Herken je mij?
Ik ben een jongen/meisje
Ik houd van… (sport)
Ik teken/computer/lees graag.
Mijn lievelingskleur is…
Ik heb … zusjes en broertjes
Mijn vader/moeder heet….
Later wil ik …. worden.
Laat alle kinderen zo’n blaadje voor zichzelf invullen, zonder aan een
ander te laten zien. Verzamel ze in een mandje.
Lees een blaadje voor. Van wie is het?
Thomas geloofde niet dat Jezus was opgestaan.
Hieronder staan zinnen vermeld, die je al of niet kunt
geloven.
Speel het ‘Ik geloof je niet spel.’
Zet de kinderen achter elkaar in twee groepen… Telkens als
het voorste kind een goed antwoord geeft, namelijk ‘Ik geloof je.’ of ‘Ik
geloof je niet.’ dan mag hij/zij achter aansluiten. Dan komt de volgende aan de
beurt. Welke groep heeft het eerst alle kinderen gehad? (Dan staat de nr. 1
weer vooraan de rij.).
Vragen:
1.
Petrus was een visser. (goed)
2.
Matteüs verzamelde vlinders. (fout)
3.
Filippus wandelde op het water. (fout)
4.
Lazarus werd uit de dood opgewekt. (goed)
5.
Judas Iskariot heeft Jezus verraden (goed)
6.
Alle Farizeeën haatten Jezus. (fout)
7.
Jezus wilde niet gekust worden. (fout)
8.
Tijdens het laatste avondmaal waste Jezus de voeten van de
discipelen. (goed)
9.
Er waren nog drie mannen die ook gekruisigd werden samen met
Jezus. (fout)
10.
Jezus riep aan het kruis: ‘Het is volbracht.’ (goed)
11.
Toen Jezus stierf scheurde het kleed in de tempel
doormidden. (goed)
12.
Petrus bijnaam was: Brulboei! (fout)
13.
Vrouwen hebben het eerst ontdekt dat Jezus was opgestaan.
(goed)
14.
De steen was van het graf gerold. (goed)
15.
Jezus was een geest geworden na zijn opstanding. Hij kon
niet meer eten. (fout)
*Blikje lopen:
Geloof is net als lopen op water.
Maak 2 gaatjes in de blikken ( oude soepblikken), touwtje er
doorheen en je kan op de zelf geverfde bikken lopen!
Wedstrijdje welke groep het eerst aan de overkant van de
ruimte is.