Lezen uit de bijbel
week 13
In het bijbelboek Jesaja
53: 4- 11
(ongeveer 5 minuten)
4 Maar hij was het die onze ziekten
droeg, die ons lijden op zich nam.
Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen
en vernederd.
5 Om onze zonden werd hij doorboord, om
onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen
brachten ons genezing.
6 Wij dwaalden rond als schapen, ieder
zocht zijn eigen weg;
maar de wandaden van ons allen liet de HEER op hem neerkomen.
7 Hij werd mishandeld, maar verzette
zich niet en deed zijn mond niet open.
Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi
die stil is bij haar scheerders
deed hij zijn mond niet open.
8 Door een onrechtvaardig vonnis werd
hij weggenomen.
Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?
Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de zonden
van mijn volk werd hij geslagen.
9 Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn
laatste rustplaats was bij de rijken;
toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke
taal gesproken.
10 Maar de HEER wilde hem breken, hij maakte hem
ziek. Hij offerde zijn leven voor hun schuld,
om zijn nageslacht te zien en lang te leven. En door
zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde.
Dit is honderden jaren voordat
Jezus geboren werd geprofeteerd door de profeet Jesaja. Het werd allemaal
vervuld. Alle joden kenden dit gedeelte. Toch herkenden ze de Heer Jezus hier
niet in.
*wandaden = slechte daden
*getuchtigd = geslagen
*zijn laatste rustplaats, Jezus
werd gelegd in het graf van de rijke Jozef van Arimatea.
*bedriegelijke taal = leugens.
*zijn nageslacht= Jezus had geen
kinderen, maar als wij in hem geloven worden we als het ware Jezus’ kinderen.
* slaagde wat de Heer wilde= God
had het van te voren allemaal zo gepland.