Verhaal week
11
Hoe laat is het?
Als je geen horloge hebt is het erg vervelend. Alles gaat op
tijd. Eten, slapen, naar school, zwemles… Hoe laat is het?
In de grotemensenwereld is het nog veel erger. Zakendoen, vergaderen,
avondje film, bezoek aan vrienden. Alles gaat op tijd.
Er is voor alles een tijd, maar sommige tijden zijn
belangrijker dan andere.
De
allerbelangrijkste tijd van de hele wereldgeschiedenis, de allerspannendste
voor de mensheid, was toen Jezus de
laatste hand legde aan het repareren van de brug naar God voor alle mensen.
Zouden we voor eeuwig verloren gaan of zou het Jezus lukken om de dood te
overwinnen… Kijk maar mee op de klok in het verslag van de evangeliën.
Verslag van Lucas, die er zelf wel niet bij was, maar het
verhaal van Jezus’ moeder hoorde.
“In de opperzaal, waar Petrus en Johannes alles hadden
klaargezet voor de pesachmaaltijd gaat Jezus aanliggen aan de tafel (In die
tijd lagen ze op banken tijdens het eten.) Hij zegt: ‘Ik heb er hevig naar
verlangd om dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden
aanbreekt. Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het
zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.’”
Ja, Jezus zelf zal het paaslam zijn. Zijn bloed gaat
geofferd worden om ons te beschermen tegen de macht van de dood. Net als
destijds in Egypte. Jezus wist van te voren wat hem te wachten stond. Zou hij
wegvluchten nu het nog kan?
Nee, God dank, Jezus gaat er voor. Zelf stuurt hij Judas weg
om te doen wat hij moet doen…
Negen uur
’s avonds.
Donkere schaduwen in de tuin van Getsemané. Jezus is aan het
smeken en bidden tot zijn vader.
‘Vader, ik ben zo dodelijk bang, alstublieft als het
mogelijk is laat deze beker dan aan mij voorbijgaan.’
Zijn gezicht is nat van het zweet. Het druppelt rood als
bloed op de grond. Dit moment is zo spannend. De hele natuur schijnt de adem in
te houden. Zou Jezus van de zaak afgezet worden? Wil Jezus van de zaak
afgezet worden. Het komt er echt op aan.
Op zo’n moment heb je vrienden nodig, die bij je blijven en
een arm om je heenslaan. Waar zijn die vrienden? Liggen ze ook op hun knieën te
bidden, een eindje verderop dan misschien? Nee hoor! De discipelen … slapen.
Lucas schrijft: ze waren van verdriet in slaap gevallen.
Jezus moet dus helemaal alleen vechten tegen de doodsangst.
‘Vader, laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren!’
roept Jezus tenslotte totaal uitgeput. Dan komt er Goddank een engel uit de
hemel om hem kracht te geven. In de verte klinkt het gestamp van
soldatenlaarzen. Jezus loopt niet weg, Hij gaat de confrontatie aan.
De arrestatie. Gekletter van zwaarden en stokken. Een
legertje tempelpolitie met lantaarns en fakkels komt op Jezus af. Johannes was
erbij. Hij schrijft er over.
“Jezus wist precies wat er met hem zou gebeuren. Hij vroeg:
‘Wie zoeken jullie?’
Ze antwoordden: ‘Jezus uit Nazaret.’
‘Ik ben het,’ zei Jezus, terwijl Judas zijn verrader erbij
stond.
Toen hij zei: ‘Ik ben het,’deinsden ze achteruit en vielen
op de grond.’”
Ieder ander zou nu snel zijn kans grijpen en vluchten,
gebruik makend van de duisternis. Maar Jezus liet zich arresteren. Weet je wat
hij zei?
‘Als jullie mij zoeken, laat deze mensen dan gaan.’
Hij zei het recht in het gezicht van de duivel. Zo handelde
hij werkelijk als onze Goede Herder, die zijn leven inzet voor zijn schapen.
Na urenlange pesterijen, slaan, geselen, vernederingen van
de soldaten op de binnenplaats van het huis van de Hogepriester gaat Jezus
eindelijk de raadszaal binnen. De voltallige raad is aanwezig. Marcus, de tolk
en vertaler van Petrus, beschrijft het zo: ‘De hogepriester en het hele
Sanhedrin probeerden iemand een getuigenverklaring tegen Jezus te laten
afleggen op grond waarvan ze hem ter dood konden veroordelen, maar dat lukte
hun niet… ‘
Als Jezus zelf was blijven zwijgen hadden ze hem gewoon weer
los moeten laten. Hij had immers niets kwaads gedaan.
Goddank, was Jezus er niet op uit om zijn eigen hachje te
redden, want toen de hogepriester hem vroeg: ‘Ben je de messias, de zoon van de
Gezegende?’ zei hij: ‘Dat ben ik!….’
De klok tikt maar door.
Van het kastje naar de muur gestuurd worden oftewel van de
raad naar Pilatus en van Pilatus naar Herodes en van Herodes weer naar Pilatus.
Wat wordt er gesold met Jezus. Hoe houdt hij het vol. Volgens Johannes riep
Pilatus vanaf het balkon van het gerechtsgebouw na een gesprek met Jezus: IK
VIND GEEN SCHULD IN HEM.’
Toch werd hij, de onschuldige, ingeruild voor Barabbas, een
rover, en overgeleverd om gegeseld en gekruisigd te worden.
Zou Jezus een legioen engelen erbij roepen om hem alsnog
bevrijden? Goddank, Jezus dacht aan ons, aan onze redding en niet aan zichzelf.
Het wordt erger en erger. Golgotha, centrum van de
wereldgeschiedenis wordt bereikt. Feller en feller wordt de pijn. De ene
pijnscheut vlamt op voordat de andere is gedoofd. Dit is de hel. Koortsig perst
Jezus de lucht uit zijn longen.
En wat doen ze met zijn kleding? Soldaten scheuren ze van
zijn lijf. Hij zal zijn mooie dure jas nooit meer dragen. Raar idee, eigenlijk.
Nu staat de Zoon van God in Adamskostuum. Adam zondigde, Jezus droeg de straf.
Adam verborg zich, Jezus zei: Hier ben ik.
Adam werd gekleed in een dierenvel, Jezus werd naakt. Hij
was het lam.
En
als Jezus op het kruis wordt gespijkerd klinkt er geen stem uit de hemel, zoals
bij Abraham. God zij dank!
Twaalf uur
’s middags
In het hele land duisternis, drie uur lang! De engel des
doods gaat als een beest te keer. Het bloed van ons paaslam drupt en drupt op
de grond. Voor onze genezing en voor onze redding. Alle evangeliën schrijven
erover. Lukas rapporteert:
‘De zon werd verduisterd en het voorhangsel van de tempel scheurde
middendoor.’
Dat is het teken: God is weer met ons, de weg is open.
Johannes voegt er aan toe: ‘Toen wist Jezus dat alles was
volbracht was, opdat de Schrift vervuld zou worden.’
HET IS
VOLBRACHT!
Jezus buigt zijn hoofd en geeft zijn geest in handen van
zijn Vader. God zij eeuwig dank voor de weg naar God, waarover jij en ik mogen
lopen. Jezus is de weg en door zijn opstanding uit de dood bewijst hij ook het
leven te zijn. Amen.