Lezen uit de Bijbel
week 11

In
het bijbelboek Matteus 27
Jezus voor
Pilatus
1 De
volgende ochtend vroeg namen alle hogepriesters met de oudsten van het volk het
besluit Jezus ter dood te brengen…..
11 Toen
Jezus voor de prefect stond, stelde deze hem de vraag: ‘Bent u de koning
van de Joden?’ Jezus zei: ‘U zegt het.’ 12 Maar op
de beschuldigingen die de hogepriesters en oudsten tegen hem inbrachten,
antwoordde hij niet één keer. 13 Daarop zei Pilatus tegen
hem: ‘Hoort u niet wat deze getuigen allemaal tegen u inbrengen?’ 14 Hij gaf op geen enkele beschuldiging enig weerwoord, wat de
prefect zeer verwonderde.
15 Nu had
de prefect de gewoonte om op elk pesachfeest één gevangene vrij te
laten, en die door het volk te laten kiezen. 16 Er zat
toen een beruchte gevangene vast, die Jezus Barabbas genoemd werd. 17 En dus vroeg Pilatus hun, toen ze daar waren samengestroomd: ‘Wie
wilt u dat ik vrijlaat, Jezus Barabbas of Jezus die de messias wordt
genoemd?’ 18 Hij wist namelijk dat ze hem uit afgunst hadden
uitgeleverd…..
Allen
antwoordden: ‘Aan het kruis met hem!’ 23 Hij
vroeg: ‘Wat heeft hij dan misdaan?’ Maar ze schreeuwden alleen maar
harder: ‘Aan het kruis met hem!’ 24 Toen Pilatus inzag dat
zijn tussenkomst nergens toe leidde, dat het er integendeel naar uitzag dat men
in opstand zou komen, liet hij water brengen, waste ten overstaan van de
menigte zijn handen en zei: ‘Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Zie
het zelf maar op te lossen.’
Verklaring:
Prefect, een soort stadhouder, hij heette Pilatus.
Pesachfeest:paasfeest, een bevrijdingsfeest.
Barabbas: als je de naam vertaalt betekent het: Zoon
van de Vader. (Hier staat en slechte zoon van de vader en de Zoon van God de
Vader en de mensen moesten kiezen. )
Messias: de gezalfde, door God beloofde.
Misdaan: verkeerd gedaan.