Lezen uit de Bijbel
week 10

In
het bijbelboek Matteus 26:6-17
Toen Jezus in Betanië in het huis
van Simon – degene die aan huidvraat had geleden –
aanlag voor een maaltijd, kwam er
een vrouw naar hem toe.
Ze had een albasten flesje met
zeer kostbare olie bij zich en goot die uit over zijn hoofd.
8 De
leerlingen ergerden zich toen ze dit zagen en zeiden: ‘Wat een verspilling!
9
Die olie had immers duur verkocht
kunnen worden, dan hadden we het geld aan de armen kunnen geven.’
10 Jezus
hoorde het en zei: ‘Waarom vallen jullie deze vrouw lastig? Zij heeft iets
goeds voor mij gedaan.
11 Want de
armen zijn altijd bij jullie, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn.
12 Door die
olie over mij uit te gieten, heeft ze mijn lichaam voorbereid op het graf.
13 Ik verzeker
jullie: waar ook ter wereld het goede nieuws verkondigd zal worden,
zal ter herinnering aan haar
verteld worden wat zij heeft gedaan.’
14 Daarop ging
een van de twaalf, die met de naam Judas Iskariot, naar de hogepriesters
15 en zei:
‘Wat krijg ik van u als ik hem aan u uitlever?’
Ze betaalden hem dertig
zilverstukken.
16 Vanaf dat
moment zocht hij een gunstige gelegenheid om hem uit te leveren.
Verklaring:
huidvraat is een
soort lepra
Albast: een
steensoort, enigszins doorschijnend. De kleur: geelachtig of roodachtig wit,
grijs of blauwachtig grijs.
Gepolijst heeft albast een hele
mooie tekening. Daarom is het veel gebruikt als materiaal voor kunstvoorwerpen.
Verspilling: geld
weggooien
Gunstig: goeie